Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0387

Rechtbank Amsterdam · 24-12-2012 · zaaknummer AWB 12-2415 WWB

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om WWB-uitkering, omdat eiser zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Rb.: Eiser was ten tijd in geding er niet van op de hoogte dat Justitie tot tenuitvoerlegging van zijn straf over wilde gaan. De Rb. wijst in dit verband op een uitspraak van deze Rb. van 4 januari 2012 (LJN: BV0448), waarin is geoordeeld dat om te kunnen spreken van ‘onttrekken’ vast moet staan dat de betrokkene wetenschap heeft of geacht moet worden te hebben van de veroordeling tot de vrijheidsbenemende maatregel of vrijheidsstraf. Daarbij dient per geval te worden beoordeeld of er zich in het individuele geval bijzondere omstandigheden voordoen die maken dat, niet tegenstaande de gegevens van het CJIB, er toch niet gesproken kan worden van ‘zich onttrekken’. In samenhang met de uitspraak van de CRvB van 9 november 2012, LJN: BY3507 is de Rb. van oordeel dat om te kunnen spreken van ‘onttrekken’ aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf vast moet staan dat de betrokkene weet dat Justitie zijn straf ten uitvoer wil leggen. De betrokkene dient dus te weten dat Justitie inmiddels tevergeefs één of meer pogingen heeft ondernomen om tot tenuitvoerlegging van de straf of maatregel te komen en/of te weten dat hij in het opsporingsregister is opgenomen. Eiser had deze wetenschap niet, hij wist door het bestreden besluit van 22 december 2011 slechts dat zijn registratie als voortvluchtig onvoldoende was onderbouwd. De Rb. is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat eiser zich heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van zijn vrijheidsstraf. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit kunnen daarom niet zonder meer in stand blijven. De Rb. ziet voorts geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien, nu verweerder eerst de ruimte moet krijgen de aanvullende informatie van eiser bij zijn beraadslaging met betrekking tot eisers aanvraag te betrekken. De Rb. zal verweerder dan ook opdragen binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.