ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6638
Rechtbank Amsterdam · 06-11-2012 · zaaknummer 13/706480-2012
Inhoudsindicatie
EAB Roemenië. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis. Uit hetgeen het EAB onder f) vermeldt, leidt de rechtbank af dat de straf die bij voornoemd vonnis aan de opgeëiste persoon is opgelegd, voortkomt uit vier eerdere veroordelingen door de Barlad Law Courts. In een aanvullende brief wordt vermeld dat indien iemand twee of meer overtredingen begaat binnen het tijdvak voordat hij het laatste vonnis kreeg, volgens de Roemeense strafwet alle opgelegde straffen worden gevoegd met als resultaat dat de zwaarste straf van alle straffen geldt, in casu een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren. De raadsvrouw heeft bepleit dat de overlevering slechts gevraagd wordt voor het ene in het EAB onder e) omschreven feit, dat ziet op het ‘voorhanden hebben van een mes’. Aangezien dit feit naar Nederlands recht niet bedreigd wordt met een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden, moet de overlevering worden geweigerd. De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de Roemeense strafwet in het voordeel van de opgeëiste persoon heeft gewerkt. De straffen zijn bijeengevoegd en het eindvonnis houdt een veroordeling tot een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar in. Dit betekent dat de feiten waarop het samengestelde vonnis berust betrokken moeten worden in de beoordeling van het EAB. De rechtbank volgt de officier van justitie in haar standpunt. De overlevering wordt toelaatbaar verklaard, maaar twee van deze vonnissen betreffen het rijden zonder rijbewijs en het laatste vonnis betreft ook nog het ongeoorloofd verlaten van de plaats van een ongeval. Deze feiten zijn naar Nederlands recht strafbare feiten, maar zij worden niet bedreigd met een maximum van ten minste twaalf maanden gevangenisstraf, zoals de Nederlandse OLW eist. In zoverre voldoen de feiten niet aan de in artikel 7, eerste lid, onder b, 2e OLW gestelde eisen. Voor deze feiten wordt de overlevering geweigerd.
Advocaten
Officier van justitie
- R. Bosman
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
