ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3394
Rechtbank Amsterdam · 26-09-2012 · zaaknummer 13/452395-08
Inhoudsindicatie
Ondervragingsrecht als bedoeld in art. 6 lid 3 onder d. EVRM; verweer niet-ontvankelijkheid t.a.v. de redelijke termijn verworpen; verweer niet-ontvankelijkheid ten aanzien van niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht verworpen; bewijswaarde van verklaring van aangeefster/slachtoffer, die op verzoek van de verdediging niet nader gehoord is kunnen worden als getuige nadat zij een en andermaal niet op oproepen voor verhoor is verschenen en het onaannemelijk is dat zij binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting of bij de rechter-commissaris zal verschijnen; verklaring van aangeefster kan als bewijs worden gebruikt wegens steunbewijs en, voor zover nodig, zogenoemde compenserende factoren. Volstaan kan worden met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd van één jaar gezien het niet onaanzienlijke tijdsverloop en het feit dat verdachte en aangeefster uit elkaars gezichtsveld lijken te zijn verdwenen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
