ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9883
Rechtbank Amsterdam · 01-06-2012 · zaaknummer 13/845024-08 (Promis)
Inhoudsindicatie
a. Faillissementsfraude door bedrijfsadviseur. b. Verhouding civiele pauliana en strafrechtelijke pauliana. c. Verweer dat het faillissement [vennootschap 36] achteraf bezien onrechtmatig is uitgesproken. d. Vrijspraak, voor zover dit betrekking heeft op het faillissement [vennootschap 30]. e. Strafmaatoverwegingen; de rechtbank legt mede met het oog op de generale preventie een hogere straf op dan door de officier van justitie geëist. Ad. a. De rechtbank acht bewezen dat verdachte, een adviseur die bedrijven bijstond die er in financieel opzicht slecht voorstonden, zich in de faillissementen van vier ondernemingen heeft schuldig gemaakt aan het plegen van faillissementfraude. De rechtbank stelt vast dat sprake was van een vooropgezet plan, waarbij het doel was dat de onderneming gecontroleerd failliet zou gaan en voorafgaand aan het faillissement selectieve betalingen zouden worden gedaan aan crediteuren, onder wie de voormalige aandeelhouder. Ad b. In het faillissement [vennootschap 18] stelt de rechtbank vast dat weliswaar niet is gebleken van kwade trouw aan de zijde van de ontvangende crediteur, zodat in civilibus de geldigheid van de betaling niet kan worden aangevochten, maar dat dit onverlet laat dat de betaling in strafrechtelijk opzicht kan worden aangemerkt als een strafbare bevoordeling van een schuldeiser, omdat de wetgever de strafbaarheid hiervan niet afhankelijk heeft gemaakt van gebleken samenspanning tussen schuldeiser en schuldenaar. Voor de strafbaarheid is strikt genomen niet meer vereist dan dat de schuldenaar, wetende dat zijn faillissement onontkoombaar is, een van zijn schuldeisers boven zijn andere schuldeisers betaalt, terwijl hij weet of moet weten dat zijn andere schuldeisers daardoor geen volledige betaling zullen kunnen krijgen. Van een en ander is hier gebleken. Ad c. In het faillissement [vennootschap 36] is het verweer gevoerd dat ten onrechte het faillissement van de vennootschappen is uitgesproken, nu (i) alleen de fiscus schuldeiser in het faillissement was, zodat van pluraliteit van schuldeisers geen sprake was en (ii) bovendien de vordering van de fiscus rechtsgrond ontbeerde en in feite dus helemaal geen vordering op de failliet verklaarde vennootschappen had. De rechtbank verwerpt dit verweer. Hoewel bekend was dat er nog fiscale schulden waren, hebben de aandeelhouders en bestuurders van de [vennootschap 36] groep c.s. op advies van verdachte de betrokken vennootschappen na naamswijziging ‘afgezonken’. De leeggehaalde vennootschappen zijn namelijk verhuisd naar een slooppand in het oosten van het land, terwijl een stroman als hun directeur werd aangesteld. Door zo te werk te gaan heeft de toenmalige directie van de groep willens en wetens afgezien tegen de vorderingen van de fiscus verweer te voeren, met het aanmerkelijke risico dat de fiscus alsnog tot inning daarvan zou overgaan. Om deze redenen faalt ook het verweer dat de faillissementen achteraf bezien ten onrechte zijn uitgesproken. Welbewust is het risico genomen dat een of meer schuldeisers, onder wie in elk geval de fiscus, door het aanvragen van het faillissement van de ‘afgezonken’ vennootschappen tot inning van hun vordering zouden proberen te komen. Bovendien heeft de toenmalige directie van de vennootschappen op deze wijze bewust het risico genomen dat tegen een faillissementsaanvraag geen verweer zou worden gevoerd en dat evenmin na het uitspreken van een faillissement daartegen een rechtsmiddel zou worden aangewend. Onder deze omstandigheden kan niet achteraf worden geklaagd dat de faillissementen van de verschillende groepsmaatschappijen ten onrechte zijn uitgesproken en evenmin dat deze op onrechtmatige wijze zijn uitgelokt. Het baat verdachte dus niet dat, indien dit al zo is, er geen pluraliteit van schuldeisers was. Ad d. Verdachte wordt vrijgesproken van het plegen van faillissementsfraude in het faillissement [vennootschap 30]. Weliswaar is de curator in dat faillissement misleid, doordat voor hem is verborgen gehouden dat de koper van de activa zich al tot aankoop had gecommitteerd maar de tenlastelegging is niet op die misleiding toegespitst. Daar komt wat verdachte betreft bij dat is gebleken hij na een eerste gesprek de advisering van [vennootschap 30] aan zijn compagnon heeft overgedragen en daarna geen betrokkenheid meer bij deze zaak heeft gehad, zodat ook geen sprake is van medeplegen of feitelijk leiding geven. Ad. e. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden gevorderd. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk (proeftijd 2 jaren) op. Weliswaar heeft de rechtbank minder feiten bewezen geacht dan de officier van justitie, maar daar staat tegenover dat sprake is van grootschalige faillissementsfraude, waarbij verdachte op grove wijze misbruik heeft gemaakt van zijn sterke positie als adviseur door de voor hem relevante relaties te bevoordelen. Daarnaast heeft hij ook zelf veel geld verdiend aan de faillissementen. De rechtbank kent bij het bepalen van de hoogte van de straf een belangrijke rol toe aan het aspect van generale preventie. De pakkans bij faillissementsfraude is zeer gering, terwijl jaarlijks de schade op veel meer dan een miljard euro wordt geschat. In het voordeel van verdachte weegt mee dat de redelijke termijn ruimschoots is overschreden. De rechtbank ziet hierin aanleiding het onvoorwaardelijk opgelegde deel van de straf met 4 maanden te verminderen, mede omdat verdachte als gevolg van de door de rechtbank verlengde uitspraak termijn 2 weken langer in onzekerheid heeft moeten verkeren.
Advocaten
- J.W. Bollen
- M.J.A. Castelijn
- R.E. Drenth
Officier van justitie
- J.W. Bollen
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
