Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3481

Rechtbank Amsterdam · 18-01-2012 · zaaknummer AWB 11-1803 GEMWT

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Opleggen verplichting op grond van art. 13 Woningwet, om energiebesparende maatregelen te treffen aan een pand te Amsterdam, op straffe van het verbeuren van een dwangsom. Dit betreft het vervangen van alle enkele beglazing door thermisch isolerend glas en het aanbrengen van een thermische isolatielaag op het platte dak (glas- en dakisolatie). Uit nader aangegeven passages uit de MvT en MvA inzake de wijziging van de woningwet (Kamerstukken II 2003/2004, 29 392, nr. 3, p. 6 en 7, Kamerstukken I 2005/2006, 29 392, C, p. 4) volgt naar het oordeel van de Rb. dat verweerder de noodzaak van de te treffen voorzieningen concreet, per geval, dient te motiveren. Hierbij mag een complexmatige aanpak wel als uitgangspunt gelden, maar deze aanpak ontslaat verweerder niet van de verplichting om specifiek voor het pand te motiveren waarom in dit geval energiebesparende maatregelen noodzakelijk zijn. Het enkel verwijzen naar beleid, zoals verweerder in dit geval heeft gedaan, is onvoldoende. Hieruit volgt immers nog niet de concrete noodzaak voor het aanbrengen van glas- en dakisolatie voor het pand. Steun voor dit oordeel vindt de Rb. niet alleen in de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis, maar ook in de herziene nota actief aanschrijven van verweerder zelf. Tot slot neemt de Rb. in aanmerking dat uit de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis volgt dat in bijzondere gevallen het opleggen van een verplichting tot het treffen van een extra voorziening noodzakelijk kan worden geacht. Verweerder dient dan ook in ieder geval te motiveren waarom in dit geval sprake is van een bijzonder geval, hetgeen verweerder heeft nagelaten. De Rb. is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het bestreden besluit met betrekking tot het noodzakelijkheidsvereiste onvoldoende is gemotiveerd, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Met verweerder is de Rb. van oordeel dat uit de wet- en regelgeving niet valt af te leiden dat slechts kan worden aangeschreven, indien voor het treffen van voorzieningen subsidie beschikbaar is. Echter, het ontbreken van de beschikbaarheid van subsidie als tegemoetkoming in de kosten van dergelijke werkzaamheden raakt de financiële positie van de partij die verplicht wordt de voorzieningen te treffen, zodat verweerder dit gegeven in het kader van de belangenafweging en de beoordeling van de evenredigheid van het besluit had moeten meewegen. Naar het oordeel van de Rb. is verder onduidelijk of en in welke mate eiseres (een deel van) de kosten van de uitgevoerde werkzaamheden kan doorberekenen in de huurprijs, hetgeen voor de beoordeling van de evenredigheid van het aanschrijvingsbesluit van belang kan zijn. In het nieuw te nemen besluit op het bezwaar dient verweerder in het kader van de belangenafweging dan ook aandacht te besteden aan deze aspecten.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • West van de gemeente Amsterdam

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • West van de gemeente Amsterdam

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.