Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW9108

Rechtbank Amsterdam · 21-06-2012 · zaaknummer 13/666205-11 en 13/666206-11

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De ouders van de betrokken kinderen in de in de zaak tegen de verdachten krijgen spreekrecht. Advocaat van de ouders De raadsman van de ouders van drie kinderen heeft verzocht om het spreekrecht ten behoeve van die kinderen uit te oefenen. Één van de kinderen is volgens de tenlastelegging door een van de verdachten misbruikt. De twee andere kinderen komen voor op materiaal dat volgens de tenlastelegging kinderpornografisch van aard is en in het bezit van beide verdachten was. Het Openbaar Ministerie heeft zich bij dit pleidooi aangesloten. Advocaten van de verdachten De raadslieden van de verdachten hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake kan zijn van uitoefening van het spreekrecht. Zij hebben dat gemotiveerd met de stelling dat de kinderen geen slachtoffer zijn van het enkele bezit van de kinderporno in de betekenis die de wet aan het begrip slachtoffer geeft. Ook hebben zij aangevoerd dat de ouders niet kunnen worden beschouwd als slachtoffer van de strafbare feiten die ten laste zijn gelegd en dat de wet geen mogelijkheid biedt om de ouders bij de uitoefening van het spreekrecht de kinderen te laten vertegenwoordigen. Ten slotte zijn zij van mening dat de rechtbank niet mag vooruitlopen op een door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel over het spreekrecht en dat uitoefening van het spreekrecht in deze zaak ook niet voortvloeit uit internationale regelgeving en in strijd is met een recente uitspraak van de Hoge Raad. De rechtbank De rechtbank heeft besloten dat de kinderen beschouwd kunnen worden als slachtoffer van de ten laste gelegde strafbare feiten. Niet alleen het misbruik van kinderen, ook het enkele bezit van kinderpornografisch materiaal kan rechtstreekse schade opleveren voor kinderen die op dat materiaal voorkomen. De rechtbank heeft verder besloten dat bij de uitoefening van het spreekrecht dat de kinderen als slachtoffers toekomt, zij zich kunnen laten vertegenwoordigen door één van de ouders.De rechtbank baseert deze beslissing op een extensieve interpretatie van de huidige regeling van het spreekrecht van het slachtoffer. De rechtbank acht deze interpretatie maatschappelijk wenselijk. Deze interpretatie is in lijn met de ontwikkeling in de positie van het slachtoffer in het strafproces die in de afgelopen jaren geleid heeft tot een versterking van die positie. Ook past deze interpretatie bij de doelstellingen van de invoering van het spreekrecht, te weten de helende werking ervan voor het slachtoffer, voorlichting van de rechter en algemene en speciale preventie. Uit de wetsgeschiedenis blijkt verder dat de achterliggende gedachte van de invoering van het spreekrecht is dat het gaat om de eigen ervaring van het slachtoffer van de gevolgen voor hem van het strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat het niet in strijd is met deze wetsgeschiedenis om de huidige regeling zo te interpreteren, dat zeer jeugdige slachtoffers die niet in staat zijn het spreekrecht uit te oefenen zich daarbij kunnen laten vertegenwoordigen door één van de ouders. Naar het oordeel van de rechtbank is deze extensieve interpretatie voorts niet in strijd met de rechten van verdachte, internationale regelgeving en de genoemde uitspraak van de Hoge Raad.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.