ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8737
Rechtbank Amsterdam · 27-04-2012 · zaaknummer AWB 11/5445 WWB
Inhoudsindicatie
De vraag die voorligt is of verweerder eiser met terugwerkende kracht bijzondere bijstand had moeten toekennen. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 24 februari 2011 (LJN: BP5547) dient de periode in geding in een tweetal perioden te worden onderscheiden. De eerste periode is de door verweerder in het kader van de intrekking van de bijzondere bijstand reeds beoordeelde periode. Die periode dient met toepassing van artikel 4:6 van de Awb te worden beoordeeld. De tweede periode betreft de periode waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Die wordt beoordeeld met toepassing van de artikelen 43 en 44 van de WWB. Voor wat betreft de hoogte van de bijzondere bijstand wordt verwezen naar de uitspraken van 28 juli 2010 (LJN: BN2674) en van 20 september 2011 (LJN: BT2395) waarin onder meer is overwogen dat ook ten aanzien van patiëntgroepen, waartoe eiser behoort, verweerder niet is ontslagen van zijn verplichting tot maatwerk.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
