ECLI:NL:RBAMS:2012:9188
Rechtbank Amsterdam · 26-10-2012 · zaaknummer 12.352
Inhoudsindicatie
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 8:16 Awb. Het verzoek berust op de gedachte dat de rechter met zijn uitlatingen ter zitting de indruk gewekt dat hij verzoeker verdenkt van het procederen op oneigenlijke gronden. De rechter heeft gesuggereerd dat verzoeker probeert de afgifte van een splitsingsvergunning te blokkeren en/of poogt of voornemens is de weigering van de splitsingsvergunning in de rechtsverhouding met een derde aan te wenden teneinde (een hogere) schadevergoeding te verkrijgen. Bij verzoeker is daardoor de indruk gewekt dat de rechter hem oneigenlijke motieven toedicht en/of de belangen van een derde in de procedure betrekt, terwijl de derde geen belanghebbende is in de procedure betreffende de splitsingsvergunning. De gewraakte uitlatingen hebben bij verzoeker de vrees van vooringenomenheid dan wel partijdigheid doen ontstaan. De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker de gewraakte opmerkingen vooral heeft opgevat als een vooruitgeworpen (voor hem negatief) oordeel over zijn beweegredenen, dat een rol zou gaan spelen in de te nemen beslissing, terwijl de rechter de opmerkingen plaatst in het licht van pogingen om tot een minnelijke regeling tussen partijen te komen. De rechtbank stelt voorop dat aan een rechter bij het onderzoeken van schikkingmogelijkheden ruimte en vrijheid toekomt in de wijze waarop de behandeling wordt ingestoken. Het maken van prikkelende opmerkingen die zijn bedoeld om een inzichtgevende reactie ten aanzien van de drijfveren te ontlokken kan daartoe, zoals de rechter heeft betoogd, geëigend zijn zonder dat dit afbreuk doet aan de geboden onpartijdigheid. Evenwel moet worden bedacht dat opmerkingen zoals de gewraakte uitlatingen bij verzoeker terecht de indruk kunnen wekken dat de rechter hem oneigenlijke motieven toe dicht. Denkbaar is dat in de beleving van verzoeker een negatieve inschatting van zijn motieven een voor hem ongunstige rol zou kunnen gaan spelen in de beoordeling van zijn integriteit, waardoor de beoordeling in het geschil zou worden ingekleurd op een wijze die zich niet met de geboden onpartijdigheid verhoudt. Het is dan ook van belang dat dergelijke opmerkingen worden ingeleid en toegelicht. De rechtbank is van oordeel dat de rechter daarin onvoldoende is geslaagd waardoor er in de beleving van verzoeker bij de rechter sprake was van een vooringenomenheid ten aanzien van de integriteit van zijn drijfveren, welke hem mogelijk parten zou gaan spelen bij de beoordeling van het geschil. Verzoek toegewezen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
