Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2012:9185

Rechtbank Amsterdam · 07-09-2012 · zaaknummer HA RK 12-280

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 08-11-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Het verzoek berust op de gedachte dat de rechtbank aan het verweer, dat het aanvullende verzoek van de vrouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, voorbij is gegaan. Daarnaast voert verzoeker aan dat er naar aanleiding van het aanvullende verzoek een nieuwe mondelinge behandeling had moeten plaatsvinden en dat de kinderen hieromtrent opnieuw gehoord hadden moeten worden. Doordat de rechtbank bij ‘rolbeschikking’ direct een datum voor beschikking heeft bepaald, is bij verzoeker de gerechtvaardigde vrees ontstaan dat ieder nader verweer van hem zinloos zou zijn. Verzoeker voert verder aan dat het – op grond van de overwegingen van de rechtbank in de gegeven beschikking – op voorhand vast staat dat de familiekamer het verzoek tot verhuizing naar Nederland zal toewijzen. Ten slotte voert verzoeker aan dat de voorzitter van de familiekamer tijdens de mondelinge behandeling aan de vrouw heeft gevraagd of zij tevens had overwogen om naar Nederland te verhuizen. Deze vraag kan volgens verzoeker als subjectieve, althans in ieder geval (ook) als objectieve partijdigheid worden uitgelegd. De wrakingskamer oordeelt dat de bevoegdheid om een verzoek van een der partijen ontvankelijk te verklaren en om vervolgens over dit verzoek te oordelen, al dan niet na het gelasten van een (nadere) comparitie, tot het rechterlijk domein behoort en geen feit oplevert waarvoor geen andere verklaring kan worden gegeven dan (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) vooringenomenheid van de rechter. Ook de motivering van de gegeven beschikking levert geen (schijn van) vooringenomenheid op. De rechters hebben immers, naar aanleiding van hetgeen partijen hebben aangevoerd, overwogen dat het voor de vrouw noodzakelijk is om te verhuizen, maar dat zij geen toestemming krijgt voor verhuizing naar de gewenste plaats. Dat de rechters vervolgens de vraag aan de orde stellen naar welk land dan wel verhuisd zou kunnen worden is niet een beslissing die redelijkerwijze niet anders kan worden verklaard dan door vooringenomenheid van de rechters. Dat de rechters daarmee de indruk hebben gewekt op de einduitspraak op het aanvullende verzoek te zijn vooruitgelopen, zoals verzoeker hen verwijt, kan zo zijn, maar wijst niet op vooringenomenheid, maar eerder op een voorlopig oordeel op basis van hetgeen tot dat moment was aangevoerd. De door verzoeker op dat punt gegeven uitleg valt niet in de motivering te lezen. Verzoek afgewezen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.