ECLI:NL:RBAMS:2012:9179
Rechtbank Amsterdam · 26-10-2012 · zaaknummer HA RK 12.368
Inhoudsindicatie
Mondeling verzoek tot wraking ex art. 512 Sv. De grondslag van het verzoek berust op de gedachte dat de rechter de getuige heeft gevraagd naar de aard van de contacten met de raadsman. Volgens de raadsman mag een rechter vragen die gaan over contacten van een getuige (of een cliënt) met de raadsman niet stellen, omdat deze contacten vallen onder de geheimhoudingsplicht van een advocaat. Dergelijke vragen maken inbreuk op essentiële elementaire rechten van de burger, waaronder het recht zich in vertrouwen tot een advocaat te kunnen wenden. De wrakingskamer oordeelt dat het aan de rechter is welke vragen er door hem of haar worden gesteld. Het is een gebruikelijke werkwijze dat aan het begin van een getuigenverhoor aan de orde wordt gesteld op welke wijze de getuige zich heeft voorbereid. Wanneer er bekend is dat er contacten zijn geweest met de verdachte of andere procesdeelnemers is het in dat kader niet ongebruikelijk te vragen naar de aard van die contacten. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring is het voor de rechters die later, met gebruikmaking van die getuigenverklaring, in een zaak een oordeel moeten vellen over de bewijskracht van die getuigenverklaring immers relevant of mogelijk sprake is geweest van (al dan niet bewuste) beïnvloeding door derden, bijvoorbeeld doordat informatie is verstrekt aan de getuige door die derden. Dergelijke vragen getuigen naar het oordeel van de rechtbank niet van vooringenomenheid, ook niet als de vragen zien op het contact dat een getuige met de raadsman van verdachte heeft gehad. Het bestaan van een (afgeleide) geheimhoudingsplicht heeft niet tot gevolg dat geen vragen aan de getuige mogen worden gesteld maar wel dat de getuige, met een beroep op die geheimhoudingsplicht, kan weigeren de vraag te beantwoorden. Voor de beoordeling of terecht een beroep op een (afgeleide) geheimhoudingsplicht is gedaan kan het overigens noodzakelijk zijn dat de getuige verklaart of de betreffende raadsman zijn of haar advocaat is. Verzoek afgewezen.
Advocaten
- A.H. van Zutphen
- B.M. Beg
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
