ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1746
Rechtbank Amsterdam · 09-09-2011 · zaaknummer AWB 10/6110 WAO
Inhoudsindicatie
Uit het telefoonregistratiesysteem van het UWV, het zogenoemde K3CR-systeem, blijkt dat eisers echtgenote op dinsdag 12 oktober 2010 omstreeks 12.00 uur heeft gebeld of het door eiser ingediende bezwaarschrift tegen het besluit van 31 augustus 2010 was ontvangen. De rechtbank acht op grond van het voorgaande aannemelijk dat binnen de bezwaartermijn bij verweerder duidelijk was dat eiser bezwaar had tegen het besluit van 31 augustus 2010. Daarvan is zelfs aantekening gemaakt. Daarmee was verweerder meer geïnformeerd over het bij eiser levende bezwaar dan wanneer eiser op de 12e oktober 2010 een bezwaarschrift ter post had bezorgd. De vastlegging van het telefoongesprek in het zogenoemde K3CR-systeem van verweerder vormt voorts objectief bewijs van het bezwaar van eiser. De rechtbank stelt vervolgens vast dat het bezwaarschrift binnen de (in artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht genoemde) termijn van een week na afloop van de bezwaartermijn door verweerder is ontvangen. De genoemde omstandigheden brengen, bijeengenomen, de rechtbank tot de conclusie dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest bij de indiening van het bezwaar. Dat betekent dat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft geacht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
