ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9803
Rechtbank Amsterdam · 01-06-2011 · zaaknummer HA RK 11-60
Inhoudsindicatie
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 36 Rv. Klachten over het gedrag van de rechter ter zitting. Het verzoek is afgewezen Uit de uitwerking van de aantekeningen van de griffier van de behandeling ter comparitie blijkt dat de rechter de feiten heeft onderzocht door middel van het stellen van kritische vragen aan zowel verzoeker als diens tegenpartij. In dat kader heeft de rechter gemeld dat hij twijfels heeft aan het waarheidsgehalte van de antwoorden op zijn vragen. Niet blijkt dat verzoeker of zijn advocaat de mond is gesnoerd door de rechter. Integendeel beide partijen zijn uitvoerig aan het woord geweest en de rechter heeft hun aan het eind van de comparitie de gelegenheid tot dupliek geboden. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden leveren geen grond voor de vrees dat de rechter in dit geval de schijn van partijdigheid op zich heeft geladen, dan wel dat het hem aan onpartijdigheid ontbreekt. Dat de rechter tijdens de mondelinge behandeling de gewraakte uitlatingen zou hebben gedaan, is daarvoor niet voldoende. Het staat een rechter immers vrij om op basis van het aan hem voorgelegde dossier en hetgeen door partijen naar voren wordt gebracht tijdens een mondelinge behandeling, een voorlopige visie op de zaak te geven. Daardoor lijdt de rechterlijke onpartijdigheid nog geen schade. In het bijzonder kan daaruit niet worden afgeleid dat de rechter niet onpartijdig zou zijn.
Rechters
Advocaten
- E.W. van der Graaf
- R.J. Polle
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
