ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9801
Rechtbank Amsterdam · 18-02-2011 · zaaknummer HA RK 44.2011
Inhoudsindicatie
Mondeling verzoek tot wraking ex art. 512 Sv. Verzoek afgewezen. Het verzoek is gericht tegen de rechter-commissaris. Voorgeleiding van meerdere verdachten. De eerste verdachte die is voorgeleid heeft bekend. De tweede en derde verdachte hebben bij de politie ontkend. De tweede medeverdachte, die ook bij de rechter ontkende, is door de rechter in bewaring gesteld omdat de rechter van oordeel was dat er ernstige bezwaren aanwezig zijn. Kennelijk heeft de rechter zich al een oordeel heeft gevormd over de waarde die moet worden toegekend aan de verklaring van de eerste en de tweede verdachte. Door dat te doen heeft de rechter in feite ook al een waarde toegekend aan de verklaring van verzoeker nu die vrijwel gelijkluidend is aan die van de tweede verdachte. De rechter heeft zelf aangegeven zich iets te kunnen voorstellen bij de bezwaren van verzoeker en zijn raadsman. Het is mede gezien die laatste opmerking, dat bij verzoeker de schijn is kunnen ontstaan dat de rechter niet langer onbevangen en onbevooroordeeld en daarmee met de vereiste onpartijdigheid tegen de zaak aankijkt. Uit de enkele omstandigheid dat de rechter twee medeverdachten van verzoeker in bewaring heeft gesteld, valt geen objectief gerechtvaardigd vermoeden af te leiden voor de veronderstelling dat de rechter bij het verhoor van verzoeker vooringenomen zal zijn, noch kan bij verzoeker de objectief gerechtvaardigde vrees zijn ontstaan dat het de rechter aan onpartijdigheid zal ontbreken. De door verzoeker bij monde van zijn raadman uitgesproken vrees is niet meer dan een veronderstelling en berust niet op objectieve gronden. Het verhoor van verzoeker heeft immers nog niet plaatsgevonden en verzoeker zal nog de gelegenheid hebben zijn standpunt ten aanzien van de vordering tot inbewaringstelling te bespreken en aan te vechten. Evenmin kan worden gezegd dat uit de gewraakte opmerking van de rechter, ook niet in onderlinge samenhang en verband bezien met het voorgaande, de schijn is gewekt dat de rechter niet onpartijdig of onbevooroordeeld op de vordering tot inbewaringstelling zal kunnen beslissen. De bewuste opmerking is door de rechter gemaakt in reactie op de inleidende mededeling van de raadsman. De rechter heeft daarmee slechts tot uitdrukking willen brengen dat hij begreep wat aan de overwegingen van de raadsman ten grondslag lag.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- R. Korver
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
