Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9793

Rechtbank Amsterdam · 27-04-2011 · zaaknummer HA RK 2011.91

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Schriftelijke verzoeken tot wraking ex art 512 Sv. Het verzoek betreft een rechter-commissaris. De verzoeken zijn afgewezen. Aan de verzoeken is samengevat ten grondslag gelegd dat de rechter het belang van de verdediging om het verhoor van de getuige goed voor te bereiden ondergeschikt heeft gemaakt aan het belang van de organisatie van het verhoor. Verzoekers achten het onbegrijpelijk dat de rechter het verhoor laat plaatsvinden in strijd met hetgeen de rechtbank heeft bepaald, onder omstandigheden dat het openbaar ministerie wel kan beschikken over de feitelijk afgelegde verklaringen van de getuige en de verdediging het moet doen met processen-verbaal van politie die niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Het belang van de verdediging bij een behoorlijke voorbereiding en de ondervraging op grond van deugdelijke stukken is evident. Daarnaast berust het verzoek op de grondslag dat de rechter onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de inhoud van het standpunt van en de mededelingen aan en van de voorzitter van de rechtbank. De beslissing van de rechter om het getuigenverhoor niet aan te houden betreft een processuele beslissing. Dat verzoekers het met deze beslissing niet eens zijn, is op zichzelf onvoldoende grond voor wraking. Het gesloten systeem van rechtsmiddelen biedt geen ruimte voor een beoordeling van de juistheid van een door de rechter genomen beslissing. De motivering van de beslissing is kort maar niet onbegrijpelijk of ondeugdelijk. De rechter heeft bij het nemen van de gewraakte beslissing de belangen afgewogen en meegewogen dat het zijn taak is de voortgang van de procedure te bewaken. Daarnaast heeft hij de belangen van de mede-verdachten van verzoekers meegewogen. Uit de beslissing blijkt dan ook geen vooringenomenheid en deze levert ook geen feit op waarvoor geen andere verklaring kan worden gegeven dan (de objectief gerechtvaardigde vrees voor) vooringenomenheid. Ten aanzien van de andere aangevoerde grond geldt dat door de rechter schriftelijk een toelichting is gegeven. De rechter heeft deze desgevraagd niet uitgebreid, maar zonder toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom dat een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid zou vormen of een reden voor objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.