ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9775
Rechtbank Amsterdam · 29-04-2011 · zaaknummer HA RK 11-72
Inhoudsindicatie
Schriftelijk verzoek tot wraking ex artikel 36 Rv. Het verzoek is gericht tegen de leden van een civiele meervoudige kamer. Het verzoek is afgewezen. Verzoekers zijn van mening dat de rechters de schijn van partijdigheid hebben gewekt door hen zonder begrijpelijke reden, een dusdanig korte termijn van antwoord te geven dat zij in hun verdediging worden geschaad. Verzoekers stellen voorts dat de rechters ten onrechte aannemen dat de raadsman de tijd die nodig is geweest voor de behandeling van de door hem opgeworpen exceptie, heeft benut voor het opstellen van de conclusie van antwoord. Verzoekers menen dat het vonnis een overbodige overweging ten nadele van hen bevat, welke rechtsoverweging betrekking heeft op litispendentie waarop door geen van de partijen een beroep is gedaan. Verzoekers stellen voorts dat de rechters de schijn van partijdigheid hebben gewekt door het verzoek tot het toestaan van tussentijds hoger beroep af te wijzen. Ten aanzien van een van de rechters stellen verzoekers dat de schijn van partijdigheid volgt uit het feit dat deze rechter jarenlang heeft gewerkt voor het advocatenkantoor waarvan [ ] vaste klant is. Het valt niet uit te sluiten dat de rechter daaraan goede contacten bij [ ] en het advocatenkantoor heeft overgehouden. Dit geldt temeer omdat de rechter les heeft gegeven bij het advocatenkantoor. Verzoekers menen dat de rechter door deze zaak, waarin [ ] de wederpartij van verzoekers is, te behandelen, handelt in strijd met de leidraad onpartijdigheid. Gelet op de door de rechter gegeven toelichting is niet gebleken dat de rechter, vanwege het feit dat hij jarenlang heeft gewerkt voor het advocatenkantoor waarvan [ ] vaste klant is, niet onpartijdig zou zijn dan wel vooringenomen jegens verzoekers zou zijn. Een bij een van partijen daardoor bestaand ongemakkelijk gevoel leidt niet tot een ander oordeel. Het enkele feit dat geen van de partijen een beroep op litispendentie heeft gedaan zoals gesteld door verzoekers, maakt niet dat de door de rechtbank in het tussenvonnis gemaakte overweging zo evident onbegrijpelijk is dat op grond daarvan de vrees zou kunnen bestaan dat de rechters jegens verzoekers niet onpartijdig zouden zijn. De aan de afwijzing van het verzoek gegeven motivering is in het licht van de hoofdregel, ook niet onbegrijpelijk. Dat aan verzoekers slechts een termijn van twee weken is gegund voor het indien van de conclusie van antwoord, is evenmin een onbegrijpelijke procesbeslissing.
Rechters
Advocaten
- J. de Haas
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
