ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8477
Rechtbank Amsterdam · 21-07-2011 · zaaknummer HA RK 11.219
Inhoudsindicatie
De grondslag van het verzoek is gelegen in het feit dat de rechter, door zijn ter zitting gedane uitlatingen met betrekking tot beslissingen van de Hoge Raad, bij verzoekster de indruk heeft gewekt dat hij voornemens is om ook in de zaak van verzoekster de uitspraken van de Hoge Raad naast zich neer te leggen, omdat hij die standpunten onjuist acht. Het staat een lagere rechter niet vrij om afstand te nemen van een recente, bij herhaling bevestigde, opvatting van de Hoge Raad. De wrakingskamer is van oordeel dat het een rechter vrij staat tijdens een mondelinge behandeling zijn voorlopige juridische inzichten kenbaar te maken, ook omtrent de jurisprudentie van de Hoge Raad. Aldus wordt immers een debat geïnitieerd waarin partijen vervolgens hun standpunten nader kunnen preciseren. In het bijzonder kan uit het enkele gegeven dat de rechter, zo begrijpt de wrakingskamer, stellig heeft uitgesproken dat hij moeite heeft met een bepaalde lijn in de jurisprudentie van de Hoge Raad, niet worden afgeleid dat de rechter niet meer onpartijdig zou zijn. Aangevoerd noch gebleken is dat verzoekster bepaalde argumenten in deze zaak als gevolg van deze zienswijze van de rechter niet naar voren heeft kunnen brengen of als gevolg daarvan niet gehonoreerd heeft gezien, terwijl op zichzelf een gemotiveerd afwijken van de jurisprudentie van hogere rechters dienstbaar kan zijn aan de rechtsontwikkeling. Tegen de specifieke rechtsopvatting van de rechter kan verzoekster desgewenst in hoger beroep opkomen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
