ECLI:NL:RBAMS:2011:BR5020
Rechtbank Amsterdam · 27-07-2011 · zaaknummer 480127 / HA ZA 11-196
Inhoudsindicatie
Verschoningsrecht advocaat, bevoegdheid rechtbank artikel 3 lid 1 Insolventieverordening Curatoren stellen in de hoofdzaak de advocaat en een oud-bestuurder van de failliete vennootschappen aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad. Curatoren vorderen in het incident afgifte van en/of inzage in stukken van de advocaat. De advocaat beroept zich op zijn geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van de advocaat op het verschoningsrecht moet worden gehonoreerd en aan een veroordeling tot afgifte aan en/of inzage in de stukken als door curatoren gevorderd, in de weg staat. De oud-bestuurder was bestuurder van twee failliete Belgische vennootschappen en is woonachtig in België. Hij meent dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van de eis die curatoren in de hoofdzaak tegen hem hebben ingediend. De oud-bestuurder verwijst naar artikel 3 lid 1 van de Insolventieverordening. Volgens curatoren is de rechtbank bevoegd op grond van artikel 6 lid 1 van de EEX-Verordening. De rechtbank is van oordeel dat de bevoegdheid moet worden beoordeeld op grond van de EEX-Verordening, aangezien de vorderingen van curatoren niet zijn gegrond op de Belgische of Nederlandse Faillissementswet en niet zijn aan te merken als “faillissementsrechtelijke” vorderingen als bedoeld in artikel 25 lid 1 van de Insolventieverordening en het arrest van het Europese Hof van Justitie Gourdain-Nadler. De rechtbank verklaart zich bevoegd.
Advocaten
- A. van Hees
- F. Hoppe
- F.E. Vermeulen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
