ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7797
Rechtbank Amsterdam · 10-05-2011 · zaaknummer AWB 10/2215 GEMWT
Inhoudsindicatie
Intrekking bedrijfsparkeervergunning eenmanszaak. Er is in dit geval juridisch geen onderscheid aan te brengen tussen eiser als ondernemer die, in de vorm van een eenmanszaak, een bedrijf of beroep (deels) vanuit zijn woning uitoefent en eiser als privépersoon. Een redelijke uitleg van artikel 10, zevende lid, van de Parkeerverordening brengt dan ook met zich dat de in eigendom van eiser zijnde stallingsplaats tevens moet worden aangemerkt als een bij zijn bedrijf behorende stallingsplaats. Aangezien de bij het bedrijf behorende stallingsplaats in mindering moet worden gebracht op het aantal aan het bedrijf te verlenen bedrijfsparkeervergunningen, betekent dit dat eiser geen recht had op een bedrijfsparkeervergunning. Verweerder was daarom op grond van artikel 37, eerste lid, aanhef en onder c, van de Parkeerverordening gehouden om die vergunning in te trekken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
