ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5390
Rechtbank Amsterdam · 22-02-2011 · zaaknummer 13-706674-10
Inhoudsindicatie
Interlocutoire uitspraak. Overlevering Zweden. Proportionaliteit. Artikel 11 OLW. Artikel 3 EVRM. Op meerdere niveaus in Zweden zijn de door de opgeëiste persoon aangevoerde belangen meegewogen bij de besluitvorming over de voorlopige hechtenis en het EAB; geen sprake van zodanig bijzondere omstandigheden dat het uitvaardigen van het EAB onevenredig bezwarend is voor de opgeëiste persoon. Op grond van het reeds ondergane zeer langdurige verblijf in voorlopige hechtenis met beperkingen, in dezelfde rechtszaak, de psychische schade ten gevolge van die voorlopige hechtenis en het feit dat hernieuwde gevangenneming in afwachting van het hoger beroep nog grotere psychische schade zal aanrichten is de rechtbank van oordeel dat een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM aanwezig is, indien de opgeëiste persoon na overlevering opnieuw in voorlopige hechtenis met beperkingen wordt geplaatst. Gelet op de onderzoeksplicht van de rechtbank, zal de rechtbank, voordat zij verdere beslissingen kan nemen, bij de Zweedse autoriteiten nadere inlichtingen inwinnen over de duur en de aard van de voorlopige hechtenis die de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal ondergaan.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
