ECLI:NL:RBAMS:2010:BU8450
Rechtbank Amsterdam · 09-06-2010 · zaaknummer HA RK 10.564
Inhoudsindicatie
Schriftelijk verzoek tot wraking op grond van art. 512 Sv. Verzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek had betrekking op de politierechter kamer belast met de behandeling van de strafzaak van verzoeker. De rechter heeft de schijn van partijdigheid op zich geladen door het verkrijgen van informatie over verzoeker buiten alle procesdeelnemers om. Deze informatie, die voor de verdediging verder niet verifieerbaar is en ten aanzien waarvan geen hoor en wederhoor is toegepast, is vervolgens mede bepalend geweest voor het voornemen van de rechter de zaak naar de meervoudige kamer te verwijzen. De raadkamer van de rechtbank heeft eerder verzoeken om opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen met als motivering dat gelet op de aangifte de ernstige bezwaren nog aanwezig zijn. Omdat door het voornemen van de verwijzing de getuige niet ter zitting zal worden gehoord zal geen nieuwe informatie bekend worden. Het zal dan weinig zinvol zijn te verzoeken om de voorlopige hechtenis op te heffen, gelet op de eerdere beslissing van de raadkamer en de omstandigheid dat de betrouwbaarheid van de ontkennende verklaring van de getuige thans niet wordt getoetst. Het verwijzen van een zaak naar de meervoudige kamer is een bevoegdheid van de rechter, zodat de rechter daarbij over een grote mate van beoordelingsvrijheid beschikt. De gronden die de rechter daarvoor in dit geval heeft gegeven, te weten de intrekking van de aangifte, de omvang van de zaak, de complexiteit van de zaak en de houding van verzoeker bij de raadkamer, leveren geen zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert die objectief gerechtvaardigd is. Niet gebleken is dat de rechter informatie over verzoeker heeft verkregen die medebepalend is geweest voor de beslissing om de zaak naar de meervoudige kamer te verwijzen. Ook de omstandigheid dat de rechter de raadsman vóór de zitting van haar voornemen tot verwijzing op de hoogte heeft gesteld levert niet een aanwijzing van vooringenomenheid op. De door de raadsman in zijn verzoek neergelegde prognose ten aanzien van een eventuele beslissing van de rechter op een eventueel in te dienen verzoek tot schorsing, dan wel opheffing, van de voorlopige hechtenis kan niet leiden tot het oordeel dat er sprake is van vooringenomenheid van de rechter.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
