ECLI:NL:RBAMS:2010:BP1006
Rechtbank Amsterdam · 15-09-2010 · zaaknummer 439094 / HA ZA 09-3110
Inhoudsindicatie
Stille verpanding van vorderingen op naam op basis van een verzamelpandakte, waarin de pandhouder optreedt als gevolmachtigde van de pandgever op basis van een in de algemene voorwaarden tot verpanding opgenomen volmacht. De volmacht tot verpanding is geen kernbeding in de zin van artikel 6:231 onder a BW en is niet onredelijk bezwarend voor de pandgever. De pandhouder heeft bij het uitoefenen van de volmacht niet in strijd gehandeld met het verbod van Selbsteintritt (art. 3:68 BW). De te verpanden vorderingen zijn in de verzamelpandakte met voldoende bepaaldheid omschreven, nu deze akte, de kredietovereenkomst en de volmacht tot verpanding tezamen voldoende gegevens bevatten om, eventueel achteraf, aan de hand van objectieve gegevens te kunnen bepalen wie de pandgevers zijn en welke vorderingen zijn verpand. De door de curator aan de pandhouder gestelde termijn van één week om tot inning over te gaan, is in dit geval redelijk. Nu de curator ervan uit mocht gaan dat de bank als professionele partij de financiële consequenties van de inning door de curator zou begrijpen, behoefde hij niet met zoveel woorden te stellen dat deze termijn een termijn was als bedoeld in artikel 58 lid 1 Fw. De curator heeft niet onzorgvuldig of onrechtmatig gehandeld door de debiteuren aan te schrijven tot betaling op de faillissementsrekening. De bank blijft bevoorrecht op de door de curator geïnde vorderingen, zij zal op grond van artikel 182 Fw echter wel dienen mee te delen in de omslag van de algemene faillissementskosten.
Advocaten
- S. Koerselman
- S.R. Hendriksen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
