Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO9386

Rechtbank Amsterdam · 14-12-2010 · zaaknummer 380189 / FA RK 10-9085

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Kinderontvoering. Ontvoering vanuit Australië. HKOV Sprake van een ongeoorloofde overbrenging van de minderjarige door de moeder. Ten tijde van de overbrenging op 24 april 2008 was de vader mede met het gezag over de minderjarige belast, werd dit gezag ook daadwerkelijk door hem uitgeoefend en heeft de moeder de minderjarige, zonder instemming van de vader als gezaghebbende ouder, overgebracht naar Europa. De minderjarige verblijft sinds september 2010 in een crisisopvang van BJZ nu de moeder in Nederland is aangehouden en is gedetineerd (welke detentie ten tijde van de zitting was geschorst) in afwachting van een eventuele uitlevering aan Australië. Geen sprake van worteling als bedoeld in artikel 12 van het HKOV nu de moeder zich gedurende meer dan twee jaar heeft schuilgehouden voor derden, althans in ieder geval haar verblijfplaats niet aan derden bekend heeft gemaakt. Niet aangetoond dat de minderjarige gedurende het gehele schooljaar 2009-2010 in Nederland naar school is geweest. Zelfs indien dit wel het geval is geweest, rechtvaardigt dit gelet op het karakter van het verblijf hier te lande op zichzelf niet de conclusie dat sprake is van worteling. Geen sprake van de door de moeder opgeworpen weigeringsgrond ex artikel 13, eerste lid, sub b, HKOV. De moeder heeft in het licht van de betwisting door de vader de door haar gestelde vermoedens van seksueel misbruik niet aangetoond. De privacy van de minderjarige zal voldoende gewaarborgd zijn bij een eventuele terugkeer naar Australië. Het beroep van de moeder op de weigeringsgrond ex artikel 13, tweede lid, HKOV slaagt niet nu de minderjarige, die thans zes jaar oud is, nog niet een leeftijd en mate van rijpheid heeft bereikt die rechtvaardigt dat met zijn mening rekening wordt gehouden. Evenmin slaagt het beroep van de moeder op artikel 8 EVRM en de uitspraak van het EHRM d.d. 6 juli 2010. Deze uitspraak is niet van overeenkomstige toepassing nu daarin sprake was van bijzondere omstandigheden die zich niet voordoen in het onderhavige geval. Dat de moeder bij terugkeer naar Australië, evenals in de genoemde zaak, het risico van een gevangenisstraf loopt, staat op zichzelf niet aan terugkeer van de minderjarige in de weg, temeer nu er voorshands geen aanknopingspunten zijn dat de vader niet in staat zal zijn de minderjarige op te vangen en te verzorgen. Voorts heeft de rechtbank op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming ter zitting de minderjarige voorlopig – hangende de teruggeleidingsprocedrue – onder toezicht gesteld van BJZ.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.