Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2010:BO4731

Rechtbank Amsterdam · 23-11-2010 · zaaknummer 13-524567-09 (PROMIS)

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens moord op 32-jarige crêche-eigenaresse Arzu E. op 10 augustus 2010 in Amsterdam. Bewijs gebaseerd op verklaringen van getuigen. Twee getuigen hebben verklaard dat verdachte ’s avonds na de moord tegen anderen heeft gezegd dat hij slachtoffer had gestoken. Eén van die getuigen heeft verdachte dat in een café zelf aan bezoekers horen vertellen. Omissie van de officier van justitie die een tapgesprek hierover niet in het hoofddossier maar tussen de BOB-stukken had gevoegd. Dergelijke belangrijke opsporingsgegevens, rechtstreeks gerelateerd aan andere bewijsmiddelen, horen in het hoofddossier. (De rechtbank verbindt aan deze omissie overigens geen consequenties.) De andere getuige vernam het feit van iemand aan wie verdachte zijn daad telefonisch had bekend (verklaring de auditu). Een derde getuige kon bevestigen dat hij door verdachte op de avond van de moord in paniek was gevraagd hem te helpen om uit Amsterdam weg te komen. Twee andere getuigen, bekenden van verdachte, waren hem korte tijd voor de moord op de plaats van het misdrijf tegengekomen. Verdachte heeft verder op de dag van de moord tegen een goede bekende van Mustafa K., de ex-werkgever van verdachte en slachtoffers’ buitenechtelijke geliefde, gezegd dat hij deze bekende en Mustafa K. in hun hart zou raken. Ten slotte heeft tot het bewijs bijgedragen dat verdachte, zoals is vastgesteld op grond van zendmastgegevens van zijn mobiele telefoon, in de nacht na de moord naar familie in Duitsland is gereisd. De rechtbank heeft dit uitgelegd als een vlucht. Diverse fotoherkenningen van verdachte door ooggetuigen van het misdrijf buiten beschouwing gelaten; vóór de aanhouding van verdachte was in de media diens opsporing verzocht met publicatie van twee oudere foto ’s van verdachte. Daardoor waren de herkenningen van de dader door ooggetuigen op een foto van verdachte, gemaakt direkt na zijn aanhouding, besmet. Aangezien algemene richtsnoeren voor dergelijke ernstige feiten ontbreken, wordt bij het bepalen van de straf gekeken naar delict-, dader- en slachtofferkenmerken. Ook al is van geen enkele verzachtende omstandigheid sprake, toch worden de straffen opgelegd in andere moordzaken in het oog gehouden en wordt minder straf opgelegd (22 jaar) dan door de ovj geeist (25 jaar).

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.