Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2010:BL1674

Rechtbank Amsterdam · 27-01-2010 · zaaknummer 13/820033-08 RK: 09/1235; 09/1236

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De strafzaak tegen verzoeker is bij brief van de officier van justitie d.d. 28 januari 2009 onvoorwaardelijk geseponeerd. Op grond van de Europeesrechtelijke jurisprudentie met betrekking tot de onschuldpresumptie mag de rechter zich bij de beoordeling van verzoekschriften om schadevergoedingen niet uitlaten over de eventuele schuld van de verzoeker aan de verweten feiten. Dit ligt evenwel anders als het gaat om uitlatingen over de gronden van verdenking die er jegens verzoeker bestonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de jurisprudentie van het EHRM worden afgeleid dat de onschuldpresumptie er niet aan in de weg staat om de gronden van verdenking mee te wegen in een verzoekschriftprocedure ex artikel 89 en 591a Sv, mits er geen sprake is van een onherroepelijke vrijspraak. Uit de Europees rechtelijke jurisprudentie vloeit naar het oordeel van de rechtbank mitsdien niet zonder meer voort dat in het geval van een sepot de gronden van verdenking nimmer mogen worden meegewogen. De zaak tegen verzoeker is onvoorwaardelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Gelet hierop en op de omstandigheid dat de rechtbank ook anderszins niet is gebleken dat thans nog gronden van verdenking aanwezig zijn, ligt hierin geen beletsel voor toekenning van een schadevergoeding. Een andere vraag is of verzoeker de detentie aan zichzelf te wijten heeft. De rechtbank heeft geconstateerd dat verzoeker weliswaar in zijn verhoren op 11 en 13 november 2008 heeft getracht zijn betrokkenheid bij de brandstichting te verdoezelen, maar dat hij van meet af aan consistent heeft verklaard dat hij op geen enkele manier betrokken was bij afpersing. De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat het niet aan verzoeker zelf te wijten is geweest dat hij in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft verbleven. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank alles overwegend gronden van billijkheid aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen tot een bedrag van € 1.170,-.

Advocaten

  • R.M. Maliepaard

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.