ECLI:NL:RBAMS:2009:BM4405
Rechtbank Amsterdam · 04-02-2009 · zaaknummer 346926 / HA ZA 06-2468
Inhoudsindicatie
vervoerrecht, Retentierecht Artikelen 3:290, 6:52 en 8:954 lid 2 BW Volgens de algemene regeling als neergelegd in de artikelen 6:52 en 3:290 BW kan een retentierecht ook uitgeoefend worden voor vorderingen uit eerdere overeenkomsten (met de zelfde partij), die dus niets te maken hebben met de zaken waarop het retentierecht wordt uitgeoefend. Het vervoerrecht kent een eigen bepaling over het retentierecht, namelijk in artikel 8:954 BW. In lid 2 daarvan staat, dat het retentierecht door de vervoerder kan worden uitgeoefend voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden voor het vervoer van de zaken waarop het retentierecht wordt uitgeoefend. In deze zaak oefende de retentor zijn recht uit voor oude vorderingen op zijn opdrachtgever, stellende dat naast de vervoerrechtelijke regeling ook de algemene regeling van toepassing blijft. Dit standpunt wordt in r.o. 4.3.2.-4.3.4. verworpen: artikel 8:954 lid 2 BW behelst een specifieke regeling, waarop de algemene regeling van 6:52 en 3:290 BW niet van toepassing is.
Rechters
Advocaten
- B.V. BEVRACHTINGSKANTOOR
- I.M.C.A. Reinders Folmer
- R.V.H. Jonker
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
