ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6862
Rechtbank Amsterdam · 22-04-2009 · zaaknummer 09.222
Inhoudsindicatie
Schriftelijk verzoek tot wraking op grond van art. 36 Rv. Verzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek heeft betrekking op de leden van een meervoudige civiele kamer. Verzoek om te bepalen dat verzoekster en de rechters niet in elkaars aanwezigheid zullen worden gehoord (art. 39 lid 2 Rv ) afgewezen omdat geen van de in artikel 27 lid 1 onder a tot en met f Rv. genoemde uitzonderingen hier aan de orde is. Bovendien moeten de rechters kunnen reageren op argumenten die hun positie raken. Het verzoek berust op de volgende gronden. De leden van de rechtbank zijn eerder belast met de behandeling van een procedure in welke procedure producties, waaronder bepaalde overeenkomsten, in het geding zijn gebracht die ook met de eisende partij in de huidige procedure te maken hebben. In de eerdere procedure is al een eindvonnis gewezen. In dat vonnis hebben de rechters zich al een oordeel gevormd over hoe de overeenkomsten tot stand zouden zijn gekomen en over de uitleg van deze overeenkomsten. De onderliggende procedure gaat om een geschil met grotendeels dezelfde overeenkomsten als uitgangspunt en waarbij een oordeel moet worden gevormd over de vraag of de overeenkomsten waaruit het geschil voortvloeit, zijn gesloten onder de omstandigheden die toen golden tussen partijen. De rechtbank heeft die vraag in principe al bevestigend beantwoord, zodat zij thans niet meer onbevooroordeeld naar de zaak kan kijken. Naar het oordeel van de rechtbank is de enkele omstandigheid dat de rechters in een zaak tegen een andere partij een vonnis hebben gewezen, onvoldoende om, objectief gezien, de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen. Bijkomende, uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan deze vrees kan worden aangenomen, zijn niet gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat de rechters, in het door hen eerder gewezen vonnis, al een zodanig specifiek gemotiveerd en op de grondslag van de onderhavige vordering betrekking hebbend oordeel hebben gegeven, dat daaruit een objectief gerechtvaardigd vermoeden valt af te leiden dat de rechters in dezelfde samenstelling, bij de behandeling van de onderliggende zaak niet onpartijdig zullen zijn.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A. Köker
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
