ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6856
Rechtbank Amsterdam · 10-04-2009 · zaaknummer rekestnummer 09.141
Inhoudsindicatie
Mondeling verzoek tot wraking op grond van art. 36 Rv. Verzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek heeft betrekking op een kantonrechter. Het verzoek berust op de volgende gronden Tijdens de inzage van het procesdossier hebben verzoekers vastgesteld dat daarin verschillende door verzoekers aan de rechtbank verzonden stukken ontbreken. Verzoekers trekken daaruit het gevolg dat de stukken door de rechter zijn verduisterd. De verduisterde stukken betreffen essentieel bewijs voor het oneerlijke verloop van de procedure. De rechter draagt de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het dossier. Verzoekers hebbend e rechter in 2001 ook al betrapt op het verduisteren van bewijzen. Daarvan is door verzoekers aangifte gedaan maar de officier van justitie heeft naar aanleiding van die aangifte nooit gereageerd. Daardoor zijn twijfels over de schuld of onschuld van de rechter nooit weggenomen. Tijdens de inzage van het procesdossier hebben verzoekers tevens vastgesteld dat een zitting is gehouden in aanhangige procedure, hoewel de procedure als gevolg van het ingediende wrakingsverzoek was geschorst. Gezien dat verzoek had de zitting geen doorgang mogen vinden. De rechtbank overweegt dat de eerste door verzoekers aangevoerde grond een buitengewoon ernstig verwijt aan de rechter inhoudt die door hen volstrekt niet nader is onderbouwd. Zij hebben de door de rechter gegeven feitelijke uiteenzetting welke stukken ter inzage zijn gegeven, niet betwist. Evenmin hebben zij betwist dat in de procedure voor de kantonrechter nog slechts de dagvaarding en conclusie van antwoord zijn gewisseld en dat zij ongevraagd stukken hebben ingediend die niet tot het procesdossier behoren, aangezien indiening van die stukken (nog) niet was toegelaten. Tot het procesdossier behoren evenmin de stukken van de wraking. Er bestaat dus geen enkele grond zelfs maar te vermoeden dat de rechter stukken uit het procesdossier heeft verduisterd. De tweede door verzoekers aangevoerde grond berust op een onjuiste interpretatie van een aantekening op het kaft van het dossier. Die aantekening luidt dat de instructiezitting zou plaatsvinden, maar uit de aantekening volgt niet dat de zitting ook is doorgegaan. Dat was niet het geval, juist vanwege het wrakingsverzoek.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
