ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6851
Rechtbank Amsterdam · 16-10-2009 · zaaknummer 439371 HA RK 09.749
Inhoudsindicatie
Schriftelijk verzoek tot wraking op grond van art. 8:15 Awb. Verzoek afgewezen. Het wrakingsverzoek heeft betrekking op een bestuursrechter. Het verzoek berust op de grond dat de rechter verzoeker niet heeft gevraagd in te stemmen met een schorsing. De rechter heeft ook geen punt gemaakt van het ontbreken van geldige machtigingen van de wederpartij. Bij verzoeker werd de kwestie van de machtiging wel aan de orde gesteld. Verzoeker heeft de rechtbank geschreven dat gelet op het gegeven dat originele machtigingen zoek kunnen raken door verzoeker geen originele machtigingen zouden worden overgelegd. Verzoeker heeft eerder verzocht dat, voor het geval de rechter de machtigingen zou willen inzien, de rechter dat kenbaar kon maken onder overlegging van een geldig persoonsbewijs en sofi-nummer. Op die brief is geen antwoord gekomen zodat de rechter heeft ingestemd met de machtigingen die al waren overgelegd. De rechter heeft daarnaast geweigerd de namen bekend te maken van degenen die klager voorafgaand aan de zitting hebben gefouilleerd bij de ingang van de rechtbank. De rechter heeft ook geweigerd binnen de daarvoor geldende termijn antwoord te geven op de vraag waarom de rechtspraak gediend is met het anoniem ondertekenen van stukken zoals door de griffier is gedaan. Daarnaast heeft de rechter ter zitting niet meteen de namen gegeven van de griffier en een andere persoon die bij de zitting aanwezig was. Naar het oordeel van de rechtbank leveren de door verzoeker genoemde omstandigheden geen grond op voor de vrees dat het de rechter aan onpartijdigheid en daarmee aan onafhankelijkheid ontbreekt. De beslissing van de rechter om te wachten op een aantal vertegenwoordigers van de gemeente, getuigt niet van vooringenomenheid. Uit hetgeen verzoeker heeft aangevoerd betreffende de door de gemachtigde van eiser gemaakte opmerking over de doorlopende machtiging kan evenmin worden afgeleid dat de door verzoeker jegens de rechter gestelde vrees van partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. De beslissing van de rechter om al dan niet stukken tot de procedure toe te laten is een beslissing die, behoudens zeer bijzondere omstandigheden die hier zijn gesteld noch gebleken, niet zonder meer kan leiden tot het oordeel dat de rechter vooringenomen is. Dat de rechter heeft geweigerd de namen bekend te maken van de personen die klager hebben gefouilleerd, is feitelijk onjuist en dit is geen feit of omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hetzelfde geldt voor de aangevoerde omstandigheid dat de rechter niet de namen van de griffier en studentstagiaire heeft meegedeeld. Gesteld noch gebleken is dat wat door verzoeker ten aanzien van de Nationale Ombudsman is aangevoerd, te maken heeft met de rechterlijke onpartijdigheid.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
