ECLI:NL:RBAMS:2009:BL5728
Rechtbank Amsterdam · 25-11-2009 · zaaknummer 13/845103-07
Inhoudsindicatie
Verdachte is actief betrokken geweest bij het tewerkstellen van illegaal in Nederland verblijvende personen in zijn onderneming, een wasserij. Verdachte stelde deze illegaal in Nederland verblijvende personen voornamelijk te werk in de nachtelijke uren, terwijl het wel bij de Belastingdienst verantwoorde personeel overdag werkte. De rechtbank overweegt dat het bestanddeel ‘behulpzaam zijn bij’ in artikel 197a Sr, moet worden uitgelegd als in artikel 48 Sr. Het gaat er om of de betrokkene het (verdere) verblijf in Nederland van de vreemdeling in enigerlei opzicht bevordert of gemakkelijk maakt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat in de onderhavige zaak het geval. In het bedrijf van verdachte zijn illegaal in Nederland verblijvende personen tewerkgesteld. Met hun werkzaamheden verdienden zij een minimaal loon dat ze in staat stelde hun verblijf in Nederland – zij het tegen een absoluut bestaansminimum – te financieren. Aldus is verdachte deze mensen behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland. De stelling van de verdediging dat de illegalen overal terecht konden en dat hulp bij hun verblijf in Nederland door een ieder werd verschaft doet aan de strafrechtelijke verwijtbaarheid van het handelen van verdachte niet af. Door winstbejag gedreven heeft verdachte misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin de werknemers zich bevonden. De rechtbank rekent verdachte deze uitbuiting in hoge mate aan. Daarnaast heeft verdachte, door werknemers in dienst te nemen van wie hij ernstig vermoeden had dat zij zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hadden verschaft, het overheidsbeleid ten aanzien van de bestrijding van illegaal verblijf in Nederland gefrustreerd. Ook heeft verdachte aldus de belangen van legale werkzoekenden doorkruist. Door de bedrijfsadministratie valselijk te doen opmaken heeft verdachte het vertrouwen dat anderen, waaronder de fiscus, moeten kunnen stellen in administratieve bescheiden beschaamd, en aldus tekort gedaan aan de fiscus en daarmee aan het algemeen belang. Fiscale opbrengsten dienen immers om de in Nederland bestaande hoge welvaart op peil te houden. De geldboete zoals door de officier van justitie gevorderd acht de rechtbank niet in verhouding met het door verdachte behaalde voordeel. Door zijn op winstbejag gerichte handelen heeft verdachte immers aanmerkelijk meer winst behaald en aldus een aanmerkelijk voordeel behaald op zijn concurrenten dan wanneer hij werknemers op legale wijze in dienst had genomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de bepaling van de hoogte van de geldboete naar boven af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.
Advocaten
- J.J.W. Vos
Officier van justitie
- E.C. Visser
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
