ECLI:NL:RBAMS:2009:BL4964
Rechtbank Amsterdam · 18-11-2009 · zaaknummer 425965 / HA ZA 09-1310
Inhoudsindicatie
Teniet gaan van erfdienstbaarheid, door verjaring van de rechtsvordering tot opheffing van daarmee strijdige toestand, ex artikel 3: 306 BW. Tevens opheffing van erfdienstbaarheid wegens het wegvallen van het belang ex artikel 5:79 BW. Anders dan A aanvoeren moet het ervoor worden gehouden dat de erfdienstbaarheid met betrekking tot de bouwbeperking door de verjaring in het geheel teniet is gegaan. Naar uit de stukken blijkt en bij gelegenheid van de gerechtelijke plaatsopneming ook is gebleken, staat de bonenloods op het grootste deel van het dienend erf. Gebleken is [...] dat de bonenloods voor een vrij fors (uitgebouwd) deel dicht tegen de vijf meter strook van het dienend erf staat, waarvoor het bouwverbod geldt. Door deze situatie is sprake van een met de erfdienstbaarheid strijdige situatie die langer dan de verjaringstermijn heeft bestaan en die vrijwel het gehele dienende erf betreft, met uitzondering van de vijf meter strook. Zoals gezegd is de erfdienstbaarheid met betrekking tot de bouwbeperking daardoor in het geheel teniet gegaan. [...] . Bij afweging van de belangen dient derhalve rekening te worden gehouden met de volgende aspecten: - de kennelijk oorspronkelijke bedoeling van de erfdienstbaarheid is door de ontwikkelingen ter plaatse vrijwel onmogelijk gemaakt; - de bebouwing zal dichter op de woning van A komen te staan, zij het in beperkte mate; - het belang dat A bij de erfdienstbaarheid hebben kan ook - uitgebreider - langs bestuursrechtelijke weg worden verdedigd; - de erfdienstbaarheid was tot aan de aanloop naar deze procedure niet functioneel en is door A kennelijk nimmer gemist, hoewel een met die erfdienstbaarheid strijdige toestand bestond; - het belang van D bij bebouwing van de strook grond kan essentieel worden genoemd. De rechtbank komt op grond van het voorgaande en gelet op de over en weer bestaande belangen tot de conclusie dat A geen redelijk belang meer hebben bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid die betrekking heeft op het bouwverbod. Gelet op de omstandigheid dat er vanuit dient te worden gegaan dat vroeg of laat het Bensdorpterrein zal (moeten) worden gerenoveerd en gelet ook op de aard en omvang van de plannen van D, is het ook niet aannemelijk dat het redelijk belang voor A nog zal terugkeren.
Rechters
Advocaten
- C.E. Schouten
- I.M.C.A. Reinders Folmer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
