ECLI:NL:RBAMS:2009:BK4094
Rechtbank Amsterdam · 04-11-2009 · zaaknummer 13-410220-09
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag en zware mishandeling bewezen. Vrijspraak poging tot moord. Vordering van de dochter van het slachtoffer tot immateriële schadevergoeding ter zake van ‘shockschade’ niet ontvankelijk. Voorwaardelijk opzet poging doodslag, nu verdachte zijn ex-vrouw met een keukenmes van 30 centimeter meermalen heeft geraakt in het gezicht en op het hoofd, tengevolge waarvan zij (blijvend) letsel heeft opgelopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich op die plaatsen vitale delen van het menselijk lichaam bevinden. De rechtbank overweegt met betrekking tot de vrijspraak van de tenlastegelegde poging moord dat gelet op de getuigenverklaringen en de verklaringen van verdachte het aannemelijk is dat verdachte zijn ex-vrouw wilde verminken en zijn opzet er aldus niet op was gericht zijn ex-vrouw van het leven te beroven. Vordering immateriële schade van de dochter is niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De rechtbank neemt daartoe in aanmerking dat voor vergoeding van immateriële schade als hier gevorderd, is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Op grond van de stukken kan niet in rechte worden vastgesteld dat in casu sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.
Advocaten
Officier van justitie
- J. Horzinek
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
