ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7586
Rechtbank Amsterdam · 02-09-2009 · zaaknummer 418250 / HA ZA 09.0324
Inhoudsindicatie
matiging contractuele boete, late levering perceel grond, vordering tot schadevergoeding ivm vervuiling, klagen binnen redelijke termijn, Artikelen 6:89, 6:94 en 7: 23 lid 1 BW Hoewel er geen algemeen geldende termijn kan worden genoemd waarbinnen moet worden geklaagd, is een periode van circa één jaar in ieder geval niet in overeenstemming met de hiervoor onder 7.2 genoemde ratio van artikel 6:89 en 7:23 lid 1 BW. Er kan dan ook niet worden gezegd dat Vondel binnen bekwame tijd heeft geprotesteerd tegen de prestatie van Amplan. Vondel heeft als reden voor het tijdsverloop ook niet anders aangevoerd dan dat zij de strekking van het rapport van Oranjewoud aanvankelijk “niet door had”. Dat is echter een omstandigheid die voor rekening en risico van Vondel komt als professioneel optredende partij in de vastgoedsector. [...] Het zonder geldige reden onbenut laten verstrijken van de in artikel 6:89 en 7:23 lid 1 BW bedoelde termijn staat in de weg aan het beroep van Vondel op een tekortkoming van Amplan, zodat de vordering die betrekking heeft op de (gestelde) extra vervuiling en het bedrag van € 650.000,-- zal worden afgewezen. Ingevolge artikel 6:94 lid 1 BW kan de rechter een bedongen boete matigen indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. In zijn arrest van 27 april 2007, NJ 2007, 262, heeft de Hoge Raad overwogen dat deze maatstaf meebrengt dat pas als toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, de rechter van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op (a) de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op (b) de aard van de overeenkomst, (c) de inhoud en de strekking van het beding en (d) de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Gedaagden hebben bij gelegenheid van de comparitie aangevoerd dat de boeteclausule is opgenomen voornamelijk in het belang van Vondel. Vondel had, gelet op de vorm en ligging van beide terreinen, belang bij levering van zowel het Woutterrein als het [A]terrein en daarom is de boeteclausule op de totale koopsom afgestemd, aldus gedaagden. Dit is door eisers niet weersproken. Eisers hebben ook niets gesteld over eventuele (concrete) schade. Het [A]terrein is uiteindelijk ook aan Vondel geleverd voor de overeengekomen prijs. Verder kan worden vastgesteld dat de boete in verhouding tot de totale koopsom erg hoog is (23% van de koopsom), zonder dat van concrete schade aan de zijde van Amplan is gebleken. Het voorgaande vormt reden om de boete te matigen. Onverkorte toepassing van de boeteclausule zou, gelet op hetgeen hiervoor onder (a) is overwogen in de gegeven omstandigheden leiden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de boete moet worden gematigd. De rechtbank acht gelet op alle omstandigheden een boete van € 1.000.000,-- redelijk en billijk.
Rechters
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
