ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ7389
Rechtbank Amsterdam · 06-05-2009 · zaaknummer 411196 / HAZA 08.2995
Inhoudsindicatie
Na geslaagde ontkenning vaderschap staat artikel 1:202 lid 3 BW ook in de weg aan een vordering die strekt tot teruggave van onderhoudsbijdragen, als deze vordering is gestoeld op onrechtmatige daad, gepleegd door de vrouw, en ziet op vergoeding van schade in de vorm van ten onrechte aan de gemeente betaald bijstandsverhaal ten behoeve van kinderen. Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Gedurende dit huwelijk zijn twee kinderen geboren. De gemeente verhaalt de aan de vrouw verstrekte bijstand op de man, waarbij een betalingsachterstand optreedt en loonbeslag wordt gelegd. Kort daarna verschijnt de man aan de deur bij de vrouw, bij welke gelegenheid zij hem toevoegt dat hij niet de vader is van de kinderen. De man dient een verzoekschrift tot ontkenning vaderschap in bij de rechtbank dat gegrond wordt verklaard, nadat door een deskundige aan de hand van DNA-onderzoek is vastgesteld dat de man is uitgesloten van het vaderschap van beide kinderen. Het bijstandsverhaal wordt stopgezet maar de gemeente weigert de reeds verstrekte ontvangsten ad EUR 7.792,50 terug te betalen, waarna de man vergeefs de vrouw tot betaling van dit bedrag sommeert. De man vordert in rechte vervolgens veroordeling van de vrouw tot betaling van EUR 7.792,50, stellende dat de vrouw jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld, omdat zij wist althans vermoedde dat hij niet de vader is van de kinderen en dat heeft verzwegen. Volgens de man is art. 1:202 lid 3 BW niet van toepassing, nu hij een actie uit onrechtmatige daad heeft ingesteld, waarbij de schade bestaat uit bijstandskosten in plaats van kosten voor opvoeding en verzorging. De vrouw voert verweer. RB: De gevorderde schadevergoeding ziet enkel op de bedragen die de man in zijn hoedanigheid als onderhoudsplichtige jegens de kinderen aan de gemeente heeft betaald wegens de ten behoeve van hen verstrekte bijstand. Dit bijstandsverhaal had geen andere strekking dan de man als vader te laten bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Voor het toepassingsbereik van artikel 1:202 lid 3 BW is, blijkens de bewoording en redactie van dat artikel, niet van onderscheidend belang aan wie deze kosten zijn voldaan. Ten aanzien van de grondslag, waarop de vordering tot terugbetaling van bedoelde kosten wordt gebaseerd, heeft de wetgever bij het redigeren van genoemd artikel evenmin onderscheid aangebracht. Ten slotte laat bedoelde bepaling geen ruimte om een uitzondering te maken op de daarin vervatte regel als er sprake is geweest van enige vorm of mate van misleiding ten aanzien van het vaderschap door de moeder.Tegen die achtergrond kan geen verplichting voor de vrouw worden vastgesteld tot de gevorderde vergoeding van schade. Daarbij kan in het midden worden gelaten of de vrouw verwijtbaar heeft gehandeld als door de man gesteld en zo ja, of dit een onrechtmatige daad oplevert. De vordering wordt afgewezen, met compensatie van proceskosten.
Rechters
Advocaten
- H.K. Jap
- I.M.C.A. Reinders Folmer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
