ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3046
Rechtbank Amsterdam · 20-07-2009 · zaaknummer 13-480521-07
Inhoudsindicatie
Bijstandsfraude; informed consent; rechtmatigheid buurtonderzoek; Salduz; (1) Huisbezoek. Uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 april 2007, LJN BA2410, volgt niet dat jegens anderen dan de uitkeringsgerechtigde aan het vereiste van ‘informed consent’ moet worden voldaan. (2) Buurtonderzoek. De nationale wetgeving biedt voldoende rechtsgrond voor het verrichten van een buurtonderzoek in het kader van de opsporing van bijstandsfraude, voor zover door dit onderzoek een niet meer dan beperkte inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Dit ligt anders voor verdergaande inbreuken daarop. Uit de systematiek van het EVRM en het Wetboek van Strafvordering volgt dat de algemene opsporingsbevoegdheid in artikel 141/142 Sv voor dergelijke vergaande inbreuken onvoldoende rechtsgrond biedt, zodat dit een specifieke wettelijke legitimering behoeft. De nationale wetgeving ontbeert echter een specifieke wettelijke grondslag voor het uitvoeren van een buurtonderzoek. Dit is evenwel slechts van belang indien wordt vastgesteld dat met het buurtonderzoek een meer dan beperkte inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. De grens van de beperkte inbreuk zal in elk geval worden overschreden indien het inwinnen van informatie in het buurtonderzoek een stelselmatig karakter draagt en/of indien daarmee anderszins een min of meer volledig beeld wordt verkregen van bepaalde aspecten van het privé-leven van de verdachte. Dat laatste doet zich in deze zaak niet voor. (3) Salduz-verweer. Uit het Salduz-arrest van de Hoge Raad (HR 30 juni 2009, LJN BH3079) noch uit de rechtspraak van het EHRM kan worden afgeleid dat ook de verdachte die een schriftelijke uitnodiging krijgt om naar het bureau te komen voor het afnemen van een verhoor, voorafgaand aan dit verhoor (nogmaals) in de gelegenheid moet worden gesteld om een advocaat te raadplegen. Evenmin volgt uit die rechtspraak dat verdachte in die schriftelijke uitnodiging of anderszins door de verhorende instantie/ambtenaren nog expliciet op dat recht moet worden gewezen. (4) Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van 200 euro.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
