ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5631
Rechtbank Amsterdam · 11-03-2009 · zaaknummer 816774 DX EXPL 06-3135
Inhoudsindicatie
Een lease-overeenkomst als de onderhavige wordt aangemerkt als huurkoop.Eisende partij doet er een beroep op dat zij door betekening van de dagvaarding in deze procedure tijdig de vernietiging heeft ingeroepen van de door haar echtgenoot met Dexia gesloten lease-overeenkomst. Zij heeft de lease-overeenkomst niet mede-ondertekend en zij heeft voor het aangaan van de lease-overeenkomst geen toestemming gegeven. Zij is eerst bekend geraakt met de lease-overeenkomst in maart 2003 toen haar echtgenoot haar vertelde dat hij de lease-overeenkomst had afgesloten nadat hij zich had aangesloten bij de Stichting Leaseverlies. Dexia stelt evenwel dat eisende partij al eerder op de hoogte was van de lease-overeenkomst en beroept zich erop dat de vordering van eisende partij is verjaard. Dexia heeft hiertoe aangevoerd dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet. Voorts heeft Dexia ter comparitie gewezen op het feit dat de vooruitbetaling is gedaan van een en/of rekening en dat eisende partij derhalve op de hoogte heeft moeten zijn van de afschrijving van de vooruitbetaling ten behoeve van de lease-overeenkomst. Ten slotte heeft Dexia gewezen op de mede-ondertekening door eisende partij van het zogenaamde aanmeldingsformulier, waarbij de echtelieden de lease-overeenkomst hebben aangevraagd. Volgens Dexia is de handtekening op het aanmeldingsformulier gelijk te stellen met schriftelijke toestemming als bedoeld in artikel 1:88 BW. Daarnaast geldt dat hoewel eisende partij de lease-overeenkomst niet heeft ondertekend, uit de mede-ondertekening van het aanmeldingsformulier in ieder geval volgt dat zij op de hoogte was van het bestaan van de lease-overeenkomst vanaf het moment dat de echtgenoot deze lease-overeenkomst met Dexia afsloot. De verjaringstermijn voor het beroep op artikel 1:88 juncto 1:89 BW is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. De kantonrechter acht de door Dexia genoemde omstandigheden niet zonder gewicht, maar – mede gezien de betwisting van de handtekening op het aanmeldingsformulier – onvoldoende om daaruit (voorshands) af te kunnen leiden dat eisende partij reeds vanaf het moment van het afsluiten van de lease-overeenkomst in november 2000, dan wel vanaf december 2000 toen de vooruitbetaling werd afgeschreven van de gezamenlijke rekening, bekend was met de lease-overeenkomst. De ondertekening van het aanmeldingsformulier kan niet gelijk gesteld worden met het verlenen van schriftelijke toestemming voor de lease-overeenkomst. Nu Dexia zich op de verjaring van de vordering van eisende partij beroept, rust op haar de last te bewijzen dat eisende partij inderdaad al eerder van de lease-overeenkomst op de hoogte was, en wel op een zodanig tijdstip dat de dagvaarding niet binnen drie jaar nadat de bevoegdheid om deze vernietigingsgrond in te roepen aan haar ten dienste was komen te staan, aan Dexia is betekend. Het verweer van Dexia levert immers een bevrijdend verweer op dat door haar bewezen moet worden. De kantonrechter verstrekt Dexia hieromtrent een bewijsopdracht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
