ECLI:NL:RBAMS:2009:BH5622
Rechtbank Amsterdam · 11-02-2009 · zaaknummer 379588
Inhoudsindicatie
Vermogensbeheer, vaststellingsovereenkomst, geen verkeerde voorstelling van zaken Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen zich, ter beëindiging van onzekerheden of een geschil, ten aanzien van hetgeen tussen hen heeft te gelden en zij aanvaarden daarbij op voorhand de mogelijkheid dat deze vaststelling afwijkt van wat tussen hen zou (hebben) kunnen gelden zonder die vaststellingsovereenkomst. Partijen stemmen op die wijze over en weer in - met opgave van eigen standpunten - met de vaststelling van feiten en omstandigheden die aanvankelijk als onzekerheden of twistpunten bestonden. In zoverre kan eiser bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst in beginsel niet hebben gehandeld onder invloed van een verkeerde voorstelling van zaken omdat partijen de over en weer verdedigde voorstelling van zaken nu juist ter zijde hebben gesteld en hebben ingestemd met een vaste oplossing. Dat is echter anders indien bij het tot stand komen van de vaststellingsovereenkomst uitgangspunten zijn gekozen en ten grondslag zijn gelegd aan die overeenkomst, die achteraf onjuist zijn gebleken en waarover is gedwaald. Een beroep op dwaling heeft in dit geval derhalve slechts kans van slagen als sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken met betrekking tot een zekerheid die aan de vaststellingsovereenkomst ten grondslag heeft gelegen. De verschillende stellingen van eiser zullen dan ook in dat licht worden beoordeeld.
Rechters
Advocaten
- H.J. Bos
- J.W. van Rijswijk
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
