Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2008:BH2377

Rechtbank Amsterdam · 07-05-2008 · zaaknummer 372526

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Effectendienstverlening, bevoegdheid tot opzegging overeenkomst, opzegtermijn, redelijke grond voor opzegging, algemene bankvoorwaarden 30; BW 6:2, 6:248 lid 2, 7:408 lid 2 De bevoegdheid om een relatie als de onderhavige op te zeggen, vloeit voort uit de wet. Ten Cate is immers opdrachtnemer in de zin van art. 7:400 e.v. BW, terwijl uit art. 7:408 lid 2 BW volgt dat Ten Cate de relatie, die zij voor onbepaalde duur met eisers was aangegaan, mocht opzeggen. Art. 7:408 lid 2 BW bepaalt niet dat Ten Cate een reden voor de opzegging moest geven en komt in zoverre overeen met art. 24 lid 2 van de algemene voorwaarden. Een dergelijke verplichting vloeit wel voort uit art. 30 van de Algemene Bankvoorwaarden, naar welke bepaling Ten Cate in dit verband heeft verwezen. Dat artikel bepaalt dat de relatie tussen een cliënt en de bank door de bank kan worden opgezegd, maar dat de bank de cliënt desgevraagd de reden van die opzegging moet meedelen. Op grond van art. 30 van de Algemene Bankvoorwaarden is dus vereist dat een reden voor de opzegging wordt gegeven zodra daarom wordt gevraagd. Bedoeld artikel schrijft niet voor dat de reden schriftelijk moet worden gegeven. Juist is dat de aan eisers gestuurde opzeggingsbrief van 13 september 2005 geen reden voor de opzegging vermeldt. Vaststaat echter dat Ten Cate in eerste instantie telefonisch een reden voor de opzegging heeft gegeven en dat zij deze later schriftelijk heeft toegelicht. Het hanteren van een opzegtermijn heeft in situaties als de onderhavige tot doel de cliënt een redelijke termijn te geven om naar een passend alternatief te zoeken. Eisers hebben daartoe ruimschoots de tijd gehad, namelijk tot 1 maart 2006. Het verwijt dat geen redelijke opzegtermijn in acht is genomen en/of in strijd is gehandeld met art. 24 lid 2 van de algemene voorwaarden, treft daardoor geen doel. De rechtbank onderschrijft het standpunt van Ten Cate dat de eenzijdige samenstelling van de portefeuille van eisers, mede gelet op hun handelwijze in het verleden, Ten Cate in de toekomst tot extra controles zou nopen. De omstandigheid dat Ten Cate dat niet wilde, omdat zij als kleine bank niet is ingesteld op verdergaande controles, leverde voor Ten Cate een redelijke grond voor opzegging op. Ten Cate mocht haar belang bij het opzeggen van de relatie laten prevaleren boven het belang van eisers bij het in stand houden daarvan, mede gelet op de aard van de relatie tussen Ten Cate en eisers – zijnde een relatie waarin partijen op elkaar moeten kunnen vertrouwen –, de omstandigheid dat Ten Cate een kleine bank is en de omstandigheid dat eisers ook bij een andere bank konden bankieren, zodat zij geen schade van de opzegging behoefden te lijden. De rechtbank komt tot de slotsom dat er een redelijke opzeggingsgrond was en dat de opzegging, gelet op een afweging van de wederzijdse belangen, gerechtvaardigd was.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.