ECLI:NL:RBAMS:2008:BF8822
Rechtbank Amsterdam · 13-02-2008 · zaaknummer 13-497467-07
Inhoudsindicatie
Verjaring. Rechtbank wijkt af van lijn, zoals neergelegd in uitspraak van 24 oktober 2006, NbSr 2006, 433. Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW vergt een zogenaamde denkbeeldige beoordeling van de verjaring, ook wel beoordeling in abstracto genoemd. Ten aanzien van de stuiting en schorsing van de verjaring naar Nederlands recht kan analogische transformatie plaatsvinden van vervolgingshandelingen die door de autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat zijn verricht. I.c. rechtshulpverzoek Belgische autoriteiten teneinde opgeëiste persoon te horen aan te merken als daad van vervolging die de verjaring heeft gestuit. Dat de opgeëiste persoon ter voldoening aan dit rechtshulpverzoek abusievelijk is uitgenodigd om als getuige een verklaring af te leggen, doet aan het voorgaande niet af, nu artikel 72, eerste lid, Sr - zoals dit thans luidt - niet de eis stelt dat de verdachte bekend is met de daad van vervolging. Wijziging artikel 72, eerste Sr evenmin relevant. Beoordelen aan de hand van op dat moment geldende wettelijke bepalingen.
Advocaten
- D.E. Wiersum
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
