ECLI:NL:RBAMS:2008:BF3731
Rechtbank Amsterdam · 18-06-2008 · zaaknummer 371460
Inhoudsindicatie
Medio 1999 is een adviesrelatie tot stand gekomen, waardoor de verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de beslissingen tot aan- of verkoop van de effecten in beginsel bij de belegger is gebleven. Vaststaat dat de belegger in het eerste half jaar van de relatie met de bank een winst heeft behaald van ruim EUR 150.000. Tegenover een kans op een hoger rendement staat in de regel een hoger risico. De rechtbank onderschrijft de stelling van de bank dat – gelet op deze in korte tijd behaalde winst – de belegger zich ervan bewust moet zijn geweest dat hij risicovol belegde. Vaststaat bovendien dat de belegger na een gesprek dat op 28 februari 2001 plaatsvond geen medewerking heeft verleend aan het tot stand komen van een aangepast beleggingsvoorstel. De rechtbank onderschrijft de stelling van de bank dat zij niet aansprakelijk is voor mogelijke schade die daaruit is voortgevloeid. Nu ook overigens niet is komen vast te staan dat er schade is geleden doordat de bank heeft nagelaten de zorg te betrachten die van haar mocht worden verlangd, zodat van een toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatig handelen van de bank niet is gebleken, wijst de rechtbank de vordering tot schadevergoeding van de belegger af.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
