ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9577
Rechtbank Amsterdam · 18-06-2008 · zaaknummer 336101
Inhoudsindicatie
Geen toestemming van de echtgenote is vereist indien de borgstelling strekt ter verkrijging van een financiering ten behoeve van de normale bedrijfsvoering van de vennootschappen waarvan de borg zowel bestuurder als (middellijk) enig aandeelhouder is (artikel 1:88 lid 5 BW). Dat is anders als sprake is van één of meer tussengeschakelde vennootschappen met een ingewikkelde structuur, waarin bijvoorbeeld wordt afgeweken van de wettelijke stemregeling of aandelen zijn gecertificeerd. Dat was hier niet het geval. Zowel zeggenschap als financieel belang waren bij de betreffende ondernemingen in 1999 in handen van de borg, als telkens (middellijk) enig aandeelhouder en bestuurder. De borg behoefde dus voor het aangaan van de eerste borgtocht geen toestemming van zijn echtgenote, zodat de borgtocht niet op de voet van artikel 1:89 BW kan worden vernietigd. Voor de tweede borgtocht was wel toestemming van de echtgenote vereist. De echtgenote heeft deze toestemming ook gegeven door de brief te ondertekenen. Zij beroept zich op de vernietiging van die toestemming wegens dwaling, omdat zij slechts de tweede bladzijde van de bewuste brief zou hebben gelezen en ondertekend, en daardoor bij het verlenen van toestemming niet op de hoogte was van het bestaan van de eerste borgtocht. De rechtbank oordeelt echter dat het voor haar duidelijk had moeten zijn dat de brief uit twee bladzijden bestond, zodat het op haar weg had gelegen naar de eerste bladzijde te vragen en deze te lezen alvorens haar handtekening op de tweede bladzijde te zetten. Nu zij dit kennelijk heeft nagelaten, moet de omstandigheid dat zij daardoor gedwaald zou hebben ter zake van het verlenen van haar toestemming voor de tweede borgtocht, zo al juist, voor haar rekening blijven. Aan een taalkundige uitleg van de brief komt in het onderhavige geval in het bijzonder veel betekenis toe nu voor de borgtocht de toestemming van de echtgenote was vereist en deze toestemming louter is gestoeld op de bewoordingen van deze brief. Niettemin kan aanleiding bestaan om af te wijken van de in redelijkheid niet mis te verstane bewoordingen van de brief indien moet worden aangenomen dat, gelet op de bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval, aan die bewoordingen een afwijkende betekenis toekomt. In dit geval bestaat echter onvoldoende aanleiding om van een afwijkende betekenis uit te gaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
