Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB9221

Rechtbank Amsterdam · 28-11-2007 · zaaknummer 367025

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

eigendom hond, bewijslastverdeling, bezit en houderschap Artikel 3:109 BW, 3:119 lid 1 BW, 3:118 lid 1 en lid 3 BW, Partijen verschillen van mening over de vraag wie eigenaar is van de hond. De rechtbank is van oordeel dat gedaagde met haar verweer gemotiveerd heeft betwist dat zij zich van de eigendom van de hond wenste te ontdoen. In beginsel zou daarmee de bewijslast van de stelling dat gedaagde dit oogmerk had komen te liggen bij eiseres. Eiseres heeft echter eveneens een beroep gedaan op de artikelen met betrekking tot houderschap en bezit uit het BW. Het verweer van gedaagde komt er op neer dat zij zich op het standpunt stelt dat een geldige titel voor eigendoms- dan wel bezitsoverdracht ontbrak zodat eiseres de hond niet voor zichzelf, maar voor haar – gedaagde – hield. Zij biedt daarvan bewijs aan. Op grond van de wetsartikelen over bezit en houderschap uit het BW zou zij derhalve moeten worden toegelaten tot tegenbewijs van wettelijke vermoedens dat eiseres rechthebbende is op de hond, dat zij de hond voor zichzelf houdt en dat haar bezit te goeder trouw is. Nu aan het tegenbewijs tegen het vermoeden van goede trouw op grond van artikel 3:118, lid 3, BW de zwaarste eisen worden gesteld en met het leveren van dergelijk tegenbewijs – gelet op de wederzijdse stellingen van partijen – het tegenbewijs tegen de andere vermoedens ook geleverd zal zijn, zal gedaagde worden toegelaten tot dit tegenbewijs. Artikel 3:118, lid 3, BW stelt, zoals onder 4.5. overwogen, als eis aan het tegenbewijs dat dit slechts kan bestaan uit het bewijs van ontbreken van goede trouw van het bezit. Dit houdt in dat gedaagde in het kader van het door haar te leveren tegenbewijs zal hebben te bewijzen dat eiseres zich niet als rechthebbende op de hond beschouwde of zich redelijkerwijs niet als zodanig mocht beschouwen. In het licht van de wederzijdse stellingen van partijen betekent dit dat in ieder geval zal moeten komen vast te staan dat eiseres uit hetgeen tussen partijen is besproken op 16 november 2004 heeft moeten begrijpen dat de hond slechts tijdelijk bij haar zou verblijven.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.