ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8014
Rechtbank Amsterdam · 19-06-2007 · zaaknummer 13/524382-06
Inhoudsindicatie
Ten aanzien van het eerste telastegelegde feit, de inbraak in een bedrijfspand, is de omstandigheid dat de identiteitskaart van verdachte in het pand is aangetroffen in combinatie met het aangetroffen bloedspoor waarvan het DNA met dat van verdachte overeenkomt, doorgaans een zozeer belastende omstandigheid dat die om verdachtes uitleg vraagt. Doch in de onderhavige zaak komt het DNA van het bloedspoor niet alleen overeen met het DNA van verdachte, maar eveneens met dat van zijn ééneiige tweelingbroer. In die omstandigheid kan niet van verdachte gevergd worden dat hij zijn zwijgen doorbreekt, omdat hij door te spreken ofwel zichzelf, ofwel zijn broer zou belasten, ten aanzien van wie hij een verschoningsrecht heeft. De rechtbank acht alleen de aangetroffen identiteitskaart in combinatie met het bloedspoor dat van verdachte óf zijn broer afkomstig kan zijn, onvoldoende om het feit wettig en overtuigend bewezen te achten. Daarbij betrekt de rechtbank nog dat het gsm-nummer [nummer], dat aldus de politie veelvuldig in gebruik is bij verdachte, rond het tijdstip van de inbraak in Amsterdam, en dus niet in Hilversum, zou zijn gebruikt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
