ECLI:NL:RBAMS:2007:BB5631
Rechtbank Amsterdam · 11-10-2007 · zaaknummer 13-524304-06
Inhoudsindicatie
In dit vonnis is vooral van belang hetgeen de rechtbank heeft overwogen ten aanzien van noodweer(exces) met betrekking tot het onder 1 primair bewezenverklaarde feit. De rechtbank verwerpt het beroep op noodweer, omdat niet wordt voldaan aan de eis van proportionaliteit. Volgens de rechtbank is wel sprake van noodweerexces bij de verdachte. De rechtbank overweegt dat in dit geval aannemelijk is dat het overschrijden van de grenzen van de proportionaliteit is veroorzaakt door een hevige gemoedsbeweging bij verdachte, veroorzaakt door de hiervoor omschreven aanranding door naam1. De rechtbank acht in dit verband van belang dat verdachte heeft verklaard erg bang te zijn voor naam1 en naam2, dat naam1 en naam2 bekend stonden als gevaarlijke jongens en dat naam1 en/of naam2 eerder hebben gedreigd de moeder en kinderen van verdachte iets aan te doen; omstandigheden die de rechtbank aannemelijk geworden acht. Gezien het voorgaande is het aannemelijk dat verdachte (mede) uit angst en woede heeft gehandeld en dat aldus sprake was van een hevige gemoedsbeweging zoals vereist voor noodweerexces. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat de verdachte niet strafbaar is ten aanzien van het onder 1 primair telastegelegde feit omdat hij heeft gehandeld uit noodweerexces.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
