Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4636

Rechtbank Amsterdam · 18-06-2007 · zaaknummer AWB 06-1463 WAV

Bestuursrecht; Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Wav / onderaannemer / matiging boete Eiser kan worden aangemerkt als natuurlijk persoon die de aangetroffen persoon - middellijk - arbeid heeft laten verrichten binnen de uitoefening van zijn bedrijf. Nu eiser hoofdaannemer was voor de werkzaamheden die in genoemd pand werden verricht, was hij eindverantwoordelijk voor de uitvoering van die werkzaamheden en voor de wijze waarop die uitvoering plaats zou vinden. De afwezigheid van een arbeidsovereenkomst en/of gezagsverhouding tussen eiser en de vreemdeling doet niet ter zake. Eiser is dus werkgever in de zin van de Wav. De rechtbank heeft bij de beoordeling van eisers subsidiaire beroepsgrond dat de boete onevenredig hoog is rekening gehouden met de ernst van de overtreding, de mate waarin de overtreding eiser kan worden verweten, de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en eventuele bijzondere omstandigheden. De rechtbank heeft voor die benadering steun gevonden in artikel 6 van het EVRM, bezien in samenhang met artikel 5.4.1.7 van het voorstel tot aanvulling van de Awb (vierde tranche; TK 2003-2004, 29 702, nr. 3), dat thans aanhangig is in de Tweede Kamer. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat eiser op basis van zijn ervaringen uit verleden - wellicht te gemakkelijk, maar anderzijds niet geheel onbegrijpelijk - erop vertrouwd heeft dat de onderaannemer nu ook weer zelf het werk zou opknappen, de overtredingen enigszins verminderd verwijtbaar maakt. Daarnaast kan in voorkomende gevallen bij de beoordeling van de evenredigheid van de opgelegde boete, in lijn met artikel 24 van het Wetboek van Strafrecht, ook de draagkracht van de overtreder een rol spelen. Eiser heeft gemotiveerd en onderbouwd betoogd dat betaling van de boetes het faillissement van zijn eenmanszaak tot gevolg zal hebben. Reeds in de besluitvormingsfase heeft eiser zijn financiële situatie over het voetlicht gebracht. Nu verweerder daarmee geen rekening heeft gehouden acht de rechtbank het bestreden besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3:4 van de Awb. Zelf in de zaak voorziend stelt de rechtbank de boete vast op € 2750,--, daarbij rekening houdend met alle omstandigheden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.