Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB0751

Rechtbank Amsterdam · 09-07-2007 · zaaknummer AWB 06-2689

Bestuursrecht; Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 6 lid 3 Rijkswet op het Nederlanderschap / optieprocedure / openbare orde / redelijke termijn strafzaken / onzorgvuldige voorbereiding Eiser komt niet in aanmerking voor het Nederlanderschap omdat in de rehabilitatietermijn een drietal sancties is opgelegd dan wel ten uitvoer gebracht. Volgens eiser is het in alledrie de gevallen niet aan hem te wijten dat de procedures zeer langdurig waren. Ten aanzien van de eerste veroordeling valt op voorhand niet uit te sluiten dat de gratie voor aanvang van de rehabilitatietermijn had kunnen zijn verleend, indien het hoger beroep binnen een jaar was behandeld en het arrest direct aan eiser was betekend. Om te kunnen bepalen of de termijn van één jaar een redelijke is, had verweerder moeten onderzoeken waarom de procedure zo lang heeft geduurd en of, en zo ja in hoeverre, dit aan eiser is te wijten. Ten aanzien van de tweede veroordeling valt evenmin in te zien waarom eiser deze niet voor aanvang van de rehabilitatietermijn had kunnen voltooien, indien het vonnis hem spoedig zou zijn betekend en het OM de stukken voortvarend had doorgezonden naar het CJIB. Dat eiser het uitvoeren van de taakstraf had kunnen bespoedigen volgt de rechtbank niet nu namens het OM is verklaard dat de veroordeelde hierop geen invloed kan uitoefenen. Verweerder heeft niet kunnen stellen dat de lengte van deze procedure voor rekening van eiser komt. Ten aanzien van de derde veroordeling is niet relevant dat de tijdsoverschrijding zich grotendeels heeft voorgedaan na aanvang van de rehabilitatietermijn, aangezien, uitgaande van één jaar per instantie in ieder geval in december 2000 of januari 2001 uitspraak in hoger beroep had moeten zijn gedaan, waarna eiser vóór aanvang van de rehabilitatietermijn de taakstraf had kunnen uitvoeren. Verweerder heeft niet zonder nadere motivering kunnen stellen dat niet aannemelijk is dat deze zaak volledig had kunnen zijn afgerond voor aanvang van de rehabilitatietermijn. Besluit genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb; beroep gegrond.

Advocaten

  • D.M. de Boer
  • I. PROCESVERLOOP
  • T. Kok

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.