ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9437
Rechtbank Amsterdam · 05-07-2007 · zaaknummer AWB 06/3319 WAV
Inhoudsindicatie
Wav / 'laten verrrichten van arbeid' / 'werkgever' Verweerder kan een werkgever die de verbodsbepaling ex artikel 2, eerste lid van de Wav, overtreedt een bestuurlijke boete opleggen. Nu dit een discretionaire bevoegdheid betreft, dient de rechtbank de toepassing daarvan door verweerder terughoudend te toetsten. Echter, voordat verweerder van deze bevoegdheid gebruik kan maken, dient vast te staan dat een overtreding is begaan. De rechtbank dient vol te toetsen of van een overtreding sprake is. Immers, alleen dan is verweerder bevoegd tot besluitvorming. De rechtbank stelt vast dat eiseres onbetwist heeft gesteld dat zij nimmer opdracht heeft gegeven om de vreemdeling arbeid te laten verrichten. Evenmin is de stelling van eiseres betwist dat zij niet, ook niet impliciet, haar werknemer heeft toegestaan om derden in te schakelen bij zijn werkzaamheden. Het “laten verrichten van arbeid” betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de werkgever bewerkt dat de vreemdeling arbeid voor hem verricht, dan wel dat de werkgever weet of behoort te weten dat de vreemdeling voor hem arbeid verricht, en daartegen niets onderneemt. De rechtbank vindt voor deze uitleg steun in het algemeen taalgebruik van de woorden “arbeid laten verrichten”, en in de parlementaire geschiedenis van de Wav. Voor het laten verrichten van arbeid is een wilsbesluit van de werkgever vereist. Niet is gesteld of gebleken dat eiseres de arbeid van de vreemdeling wilde. De werknemer van eiseres kan dat niet namens eiseres hebben gewild, tenzij hij daartoe bevoegd is, maar daarvan blijkt niet. Het enkele feit dat iemand ongevraagd direct of indirect voordeel zou genieten van de arbeid die door een vreemdeling is verricht, maakt hem nog niet tot werkgever in de zin van de Wav. Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank van oordeel is dat eiseres in relatie tot de vreemdeling niet als “werkgever die arbeid laat verrichten” in de zin van de Wav, kan worden aangemerkt. Verweerders argument dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd is daartoe onvoldoende. Hieruit volgt voorts dat eiseres de verbodsbepaling ex artikel 2, eerste lid, van de Wav, niet heeft overtreden, als gevolg waarvan verweerder niet bevoegd was om aan eiseres een bestuurlijke boete op te leggen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
