ECLI:NL:RBAMS:2007:BA8533
Rechtbank Amsterdam · 19-06-2007 · zaaknummer AWB 05/4741
Inhoudsindicatie
Wav / Art. 6 EVRM / Art. 3:4 lid 2 Awb Verweerder heeft eiser wegens overtreding van artikel 2 lid 1 Wav boete opgelegd van € 168.000,-. De rechtbank is, anders dan eiser, in navolging van uitspraak ABRS van 14 juni 2006 (JV 2006, 308) van oordeel dat met het begrip “rechtspersoon” in artikel 19d, eerste lid, Wav, door gelijkstelling, mede de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (en dus mede de VOF) is bedoeld. De rechtbank volgt eiser evenmin in zijn beroepsgrond dat beleidsregel 2 kennelijk onredelijk is. Wel volgt de rechtbank eiser in zijn beroepsgrond dat beleidsregel 4 kennelijk onredelijk is. Ongemaximeerde evenredige relatie tussen aantal overtredingen en aantal op te leggen boetebedragen volgt noch uit tekst 19a, tweede lid, Wav, noch uit de wetsgeschiedenis bij dat artikel. Beleidsregel 4 verheft het aantal gepleegde overtredingen tot allesbepalende factor bij de vaststelling van de hoogte van de boete in het concrete geval. Dit is in strijd met artikel 6 van het EVRM en artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Door toepassing van deze beleidsregel blijft bij de vaststelling van de hoogte van de boete buiten beschouwing de vraag of in het concrete geval daadwerkelijk is geschied wat de Wav beoogt te voorkomen. Daarnaast dreigen daardoor ook de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, de mate van verwijtbaarheid en mogelijke bijzondere omstandigheden uit beeld te geraken. Bestreden besluit genomen met toepassing van onredelijk geoordeeld beleid en daarom in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Beroep gegrond. De rechtbank voorziet zelf, motiveert uitgebreid waarom, en stelt zelf de hoogte van de boete vast. Daarbij houdt de rechtbank rekening met ernst overtreding, mate verwijtbaarheid, omstandigheden waaronder overtreding is gepleegd en bijzondere omstandigheden. Voor deze benadering is steun gevonden in artikel 6 van het EVRM, bezien in samenhang met artikel 5.4.1.7 van het voorstel tot aanvulling van de Awb (vierde tranche; TK 2003-2004, 29 702, nr. 3), dat thans aanhangig is in de Tweede Kamer.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
