ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9931
Rechtbank Amsterdam · 07-02-2007 · zaaknummer 352472
Inhoudsindicatie
Bevoegdheidsincident. Buiten toepassing laten van een arbitrageclausule op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW). De vordering van B cs tegen SV en SB in onderhavige vrijwaringszaak is zozeer verknocht met de hoofdzaak tussen B cs en J cs en de andere vrijwaringszaak tussen V en B cs , dat het om proceseconomische redenen zeer onwenselijk is deze zaken te splitsen. Temeer nu SV niet heeft gesteld dat het zwaartepunt van de vordering van B cs op haar betrekking zou hebben en om die reden de arbitrageclausule heeft te gelden. Van B cs als consumenten kan onder deze omstandigheden in redelijkheid niet gevergd worden over dezelfde vorderingen bij twee verschillende instanties te procederen. Het arbitraal beding wordt dan ook terzijde gesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
