ECLI:NL:RBAMS:2006:AW6460
Rechtbank Amsterdam · 27-04-2006 · zaaknummer 13/457783-05
Inhoudsindicatie
Op basis van artikel 9 lid 1 aanhef en sub b jo lid 3 van de Opiumwet kunnen opsporingsambtenaren een woning betreden - mits voorzien van een schriftelijke last - indien redelijkerwijze vermoed kan worden dat een overtreding van de Opiumwet gepleegd wordt. Het vermoeden dat wordt bedoeld in artikel 9 van de Opiumwet is niet identiek aan het vermoeden dat wordt bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Het gaat in artikel 9 van de Opiumwet om een verdenking dat een overtreding van die wet plaatsvindt, niet om een verdenking jegens een bepaalde verdachte die een bepaald strafbaar feit begaat, zoals in artikel 27 van het Wetboek van Stafvordering wordt bedoeld. Er behoeft voor een redelijk vermoeden in de zin van artikel 9 van de Opiumwet geen beroep te worden gedaan op ‘feiten en omstandigheden’. Aan de redelijkheid van dat vermoeden worden daarom minder zware eisen gesteld dan aan het redelijk vermoeden in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
