ECLI:NL:RBAMS:2001:AD5824
Rechtbank Amsterdam · 12-09-2001 · zaaknummer AWB 99/3470 GEMWT
Inhoudsindicatie
Geen sprake van causaal verband tussen schade en niet tijdig beslissen op bezwaar, nu schade voortvloeit uit contractuele bepaling. Beroep tegen uitblijven van beslissing op bezwaar, gericht tegen de weigering van ontheffing van het verbod om bedrijfsmatige activiteiten (Bed and Breakfast) uit te oefenen op de woonboot van eiseres. Bij besluit van 25 mei 1999 heeft verweerder het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres de woonboot heeft verkocht en op 9 april 1999 heeft geleverd aan een derde, zodat zij niet langer als belanghebbende is aan te merken. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift gegrond. Waar vergoeding is gevraagd van kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase is eiseres kennelijk van oordeel, dat het primaire besluit van 8 december 1998 jegens eiseres onrechtmatig is. De rechtbank acht toepassing van art. 8:73 Awb in beginsel mogelijk ten aanzien van schade veroorzaakt door een - beweerdelijk - onrechtmatig primair besluit. Dit kan indien bij de beslissing op bezwaarschrift het primaire besluit is gehandhaafd, en in beroep komt vast te staan dat beide beslissingen ten materiele onjuist zijn en onrechtmatig jegens de rechtzoekende. Een dergelijke situatie doet zich hier echter niet voor. Het betreft thans het verzoek om vergoeding van schade veroorzaakt door een - beweerdelijk - onrechtmatig primair besluit, welk verzoek als nevenvordering is gedaan in het kader van een beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank is van oordeel dat in casu de gevorderde schade, kosten rechtsbijstand in bezwaar, niet het gevolg is van dan wel kan worden toegerekend aan het aangevochten fictieve besluit. Bij gebreke van het vereiste causaal verband kan de claim ook in zoverre niet worden gehonoreerd. Eiseres heeft verzocht verweerder te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 125.000,- met wettelijke rente, zijnde het bedrag dat ingevolge de koopovereenkomst in depot is gebleven en niet aan haar is uitbetaald omdat verweerder te laat op het bezwaar heeft beslist. Eiseres heeft zich niet, althans niet duidelijk uitgesproken over de vraag welk handelen of nalaten als schadeveroorzakend handelen dient te worden aangemerkt. Voorzover eiseres deze schadeposten heeft gevorderd in het kader van haar beroep tegen gericht tegen het niet tijdig beslissen, is zij kennelijk de mening toegedaan dat de schade is te wijten aan het feit dat verweerder niet uiterlijk op de laatste dag van de beslistermijn het rechtens juiste besluit heeft genomen. De rechtbank beantwoordt de vraag of de gestelde schade het rechtstreeks gevolg is van het - met een besluit gelijk te stellen - niet tijdig beslissen door verweerder ontkennend. De gestelde schade is niet het gevolg van het feit dat verweerder niet binnen zes weken na 12 januari 1999 - de datum van indiening van het bezwaarschrift - op dat bezwaarschrift heeft beslist. De gestelde schade is ontstaan enerzijds doordat eiseres op 9 april 1999 de ark heeft verkocht en geleverd, en anderzijds doordat eiseres heeft ingestemd met de contractuele bepaling, waarbij het al dan niet verkrijgen van het bedrag van ƒ 125.000,- afhankelijk is gesteld van nadere besluitvorming door verweerder vóór een bepaalde datum. Niet is gebleken dat eiseres ten tijde van de levering van de woonark op 9 april 1999 niet langer kon wachten op het besluit op bezwaar, zodat de levering op die dag dient te worden aangemerkt als een vrije keuze van eiseres. Dit laatste geldt ook voor de voorwaarden waaronder die levering heeft plaatsgevonden, met inbegrip van de bepaling die erop neerkomt dat eiseres ƒ 125.000,- van de koopsom minder zou ontvangen indien vóór 15 mei 1999 geen ontheffing werd verleend door verweerder. Wanneer en op welke wijze verweerder zou beslissen is een omstandigheid waarop geen van beide partijen bij de koopovereenkomst invloed kon uitoefenen. De gevolgen van de handelwijze van eiseres dienen voor haar rekening en risico te komen, althans deze kunnen niet worden afgewenteld op verweerder. Niet staande kan dan ook worden gehouden de stelling van eiseres dat de door haar beweerdelijk geleden schade het (rechtstreeks) gevolg is van het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Dat eiseres verweerder op 12 maart 1999 aansprakelijk heeft gesteld en op 28 april 1999 op de hoogte heeft gesteld van de betreffende bepaling in de koopovereenkomst kan niet tot een andere conclusie leiden. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuideramstel van de gemeente Amsterdam, verweerder. mrs. B.J. van Ettekoven, C. Uriot en E.E.V. Lenos
Advocaten
- F.H.A.M. Thunissen
- M.C.A. Donker
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Zuideramstel van de gemeente Amsterdam
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Zuideramstel van de gemeente Amsterdam
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
